Vertrouwen is één van de belangrijkste pijlers van onze samenleving. Dankzij vertrouwen hebben we vriendschap, handel, financiële transacties en effectief bestuur. Het berust op de overtuiging dat een initiële investering zich zal terugbetalen, maar blijft precair: wanneer vertrouwen wordt geschonden, kan men slechter af zijn dan wanneer men niet had vertrouwd. Daarom vereist vertrouwen ook een zekere mate van wantrouwen.

Hoe komt het dat onze soort voldoende vertrouwen ontwikkelt om grootschalige samenwerking mogelijk te maken, zelfs tussen vreemden? Hoe herkennen we wanneer vertrouwen loont? In een onderzoek van ondermeer Carolyn Declerck (Universiteit Antwerpen) richtten de onderzoekers zich op de rol van oxytocine, een hormoon dat vooral bekend is van bevalling en borstvoeding, maar dat ook het affiliatiegedrag versterkt door sociale stress te verminderen en positieve sociale verwachtingen te bevorderen. De vraag is: kan oxytocine vertrouwen stimuleren?

Declerck schreef een stuk over het onderzoek: “Samen genomen ondersteunen deze resultaten dat oxytocine geen universeel ‘pro-sociaal’ of ‘knuffelhormoon’ is, maar eerder gedragsflexibiliteit faciliteert door de verwerking van sociale informatie contextafhankelijk te sturen.”

Lees het hele stuk in de Salon.

Cover boek Declerck
Deel via: