De EU ligt hoogstwaarschijnlijk niet op koers om haar klimaatdoelstellingen voor 2030 te halen. De meeste lidstaten – waaronder Nederland – beschikken niet over concrete plannen om de omvangrijke subsidies voor fossiele brandstoffen uiterlijk in 2050 af te bouwen, wat noodzakelijk is om de ‘net zero’ doelstelling te bereiken. Een bindende routekaart met heldere en gemeenschappelijke definities van wat precies een schadelijke subsidie is, én met ondubbelzinnige, bindende doelstellingen voor de afbouw daarvan, is daarom dringend nodig, aldus hoogleraar Europees Recht Leigh Hancher.
Op vrijdag 26 juni 2026 hield Leigh Hancher haar afscheidsrede, getiteld ‘Omission Impossible: Why can the EU not stop harmful fossil fuel subsidies?’. Daarin wees zij erop dat het Europese Milieuagentschap in zijn meest recente rapport (2025) opnieuw heeft benadrukt dat het huidige Milieuactieprogramma van de EU (2020-2030) oproept tot het zonder uitstel afschaffen van subsidies voor fossiele brandstoffen. De voorzitter van de Europese Commissie kondigde al in september 2024 aan dat de Commissie met een routekaart voor de afbouw van fossiele subsidies zou komen. Net als veel vergelijkbare toezeggingen, is deze routekaart echter nog steeds nergens te bekennen.
De omvang van fossiele subsidies binnen de EU is in 2022 zelfs meer dan verdubbeld als gevolg van de hoge energieprijzen na de coronapandemie en de Russische invasie van Oekraïne. In 2024 daalden deze subsidies slechts met ongeveer 10%. Het totale bedrag aan fossiele subsidies binnen de EU ligt nog altijd hoger dan de steun voor duurzame energiebronnen zoals wind- en zonne-energie.
Ondertussen nemen de fossiele subsidies opnieuw toe, nu Europese regeringen proberen de hoge gas- en olieprijzen te compenseren die zijn ontstaan na het uitbreken van de oorlog met Iran in februari 2026.
Als gevolg hiervan lijkt de EU niet op koers te liggen richting de klimaatdoelstellingen voor 2030. Ook Nederland verstrekt jaarlijks nog steeds miljarden euro’s aan fiscale voordelen die verband houden met fossiele brandstoffen. Afhankelijk van de gehanteerde definitie varieert de omvang daarvan van ongeveer €4 à €5 miljard tot circa €37,5 miljard per jaar.
In haar afscheidsrede bespreekt Hancher de juridische instrumenten die beschikbaar zijn – of zouden kunnen worden ingezet – om fossiele subsidies aan te pakken. Haar conclusie is dat deze instrumenten momenteel te zwak zijn.
Lees het hele bericht op de site van de Universiteit tilburg.