Een kwart van de wetenschappers in Nederland ervaart depressieve en/of angstklachten, blijkt uit onderzoek van De Jonge Akademie. “We hebben in de wetenschap een cultuur van hypercompetitie gecreëerd”, zegt psychiater en onderzoeker Joeri Tijdink.
Bijna tweeduizend academici, van promovendus tot hoogleraar, vulden anoniem een vragenlijst in van De Jonge Akademie, een genootschap van relatief jonge topwetenschappers. Daaruit blijkt dat veel wetenschappers mentale klachten hebben. Volgens De Jonge Akademie hangt dit samen met de sociale onveiligheid, publicatiedruk en tijdelijke contracten.
Zo’n 25 procent van de ondervraagden heeft last van matige tot ernstige depressieve klachten. Bijna evenveel wetenschappers rapporteerden angstklachten. Dat betekent niet dat ze een depressie of angststoornis hebben. Wel ervaren ze bijvoorbeeld somberheid, slapeloosheid, spanning of overmatig piekeren.
Joeri Tijdink, psychiater en onderzoeker aan het AmsterdamUMC en een van de samenstellers van het rapport: “De academische wereld kent een sterke hiërarchie. Dat zorgt voor een competitieve cultuur. Er is bovendien maar beperkt onderzoeksgeld beschikbaar, wat die competitie verder versterkt. Daarnaast is er veel onzekerheid onder jonge onderzoekers door tijdelijke contracten. Niet zelden hebben postdocs meerdere tijdelijke contracten achter elkaar. Dat zorgt voor onzekerheid en onrust.”
Lees het hele bericht op de site van Cursor, van de TUe.