Energietransitie als geopolitieke troefkaart voor Europa
Klimaatverandering neemt steeds beangstigendere vormen aan en wordt aldus een brede wetenschappelijke consensus veroorzaakt door de verbranding van fossiele brandstoffen. Politici en beleidsmakers ondervinden echter steeds meer weerstand van mensen en bedrijven die klimaatbeleid ‘woke’ vinden en andere obstakels zien. Tegelijkertijd dendert de energietransitie door, is dit in het Europees belang en kan Europa daarmee ook vergroening in andere landen aanjagen en haar internationale reputatie versterken. Een extra zetje, door bijvoorbeeld ook defensie te laten bijdragen aan de energietransitie, is zeker nog welkom, maar deze ontwikkeling is nu al goed nieuws voor het klimaat.
Inmiddels kunnen zon -en windenergie al concurreren met fossiele brandstoffen. Hier snijdt het mes aan twee – of beter: drie – kanten. Doorpakken met de energietransitie betekent het afremmen van klimaatverandering; een voor Europa grotere energie onafhankelijkheid; en een goedkopere energievoorziening. Europa heeft net als China namelijk amper eigen olie- en gasproductie en heeft al ondervonden hoe fossiele energie als drukmiddel werd gebruikt. Ook de Europese rapporten van Enrico Letta, Mario Draghi en Sauli Niinistö wijzen op het strategisch belang van de energie-onafhankelijkheid voor Europa.
Echter, de energietransitie in inmiddels ook een geopolitiek en ideologisch twistpunt geworden. De VS ontpopt zich steeds meer als petrostaat, gericht op het verkopen van fossiele brandstoffen, onder meer met vloeibaar gemaakt gas (LNG) dat Europa afneemt. ‘Elektrostaat’ China zet daarentegen vol in op duurzame energieproductie en de technologieën en aanvoerketens die daarbij horen. Mede door het klimaatbeleid is al bijna de helft van de Europese elektriciteit duurzaam en draagt de EU minder dan 7% bij aan de wereldwijde uitstoot van broeikasgassen. Tegelijkertijd zijn er zorgen over de afhankelijkheid van Chinese clean tech en China’s machtspositie in kritieke grondstoffen. Verder worden strategisch slimme investeringen in Europese clean tech en infrastructuur voor duurzame energie weggezet als woke en geldverspilling, in navolging van de VS.
Ondanks de al beperkte uitstoot doet de Europese aanpak er internationaal toe vanwege economische- en marktmacht. Doorpakken met vergroening als nieuw verdienmodel vergt nog een extra zetje, maar kan grote voordelen opleveren. Een nieuwe stap kan bijvoorbeeld zijn om de herbewapening van Europa expliciet te koppelen aan de energietransitie. De hightech defensiesector kan zo bijdragen aan innovatie en weerbaarheid. In de maatschappij en op het slagveld blijkt het fossiele energiesysteem, met zijn pijpleidingen, raffinaderijen en olie- en gasopslag, een grote kwetsbaarheid, terwijl lokaal opgewekte zonne-energie in combinatie met batterijen in Oekraïne een robuustere energievoorziening biedt.
De opwarming van de aarde zet nog wel even door, omdat broeikasgassen niet meteen uit de atmosfeer zijn en daarom blijft ook klimaatadaptatiebeleid onontbeerlijk. Ook daarin kan Europa vooroplopen, zoals Nederland bijvoorbeeld al toonaangevend is in watermanagement. Dit is niet gemakkelijk, maar het kan Europa wel veel opleveren, voor de eigen bevolking, de rest van de wereld en financieel-economisch. Echter, het is vooral de energietransitie, die in plaats van een hoofdpijndossier, een geopolitieke troefkaart voor Europa kan worden.