Onzekerheid en schoonheid

Hoe moeten we omgaan met de opwarming van de aarde? Deze vraag laat zich op verschillende manieren interpreteren. Ik kies er twee uit. ‘Omgaan met’ kunnen we enerzijds zien als ‘een oplossing zoeken voor’. Welke aanpak biedt een antwoord op de klimaatopwarming en zorgt ervoor dat we als mensheid kunnen blijven bestaan? Is dat een technologische quick-fix, zoals het uit de atmosfeer halen van CO2, of vraagt het om een gedragsverandering? Anderzijds kan ‘omgaan met’ ook slaan op onze gevoelens. Is wanhoop een gepast gevoel? Of eerder acceptatie, misschien zelfs defaitisme?

Vanuit mijn bureau in het Research Institute for Humanity and Nature in Kyoto denk ik na over deze vragen. Ik ben hier voor drie maanden als visiting researcher om te werken aan de ethiek van diepzee-exploratie. In gesprekken met wetenschappers die het microbioom op de zeebodem en zelfs in de aardkorst onder de zee onderzoeken, leer ik eerst en vooral de complexiteit van het systeem aarde kennen.

Ons referentiekader voor het klimaat bevindt zich bovengronds: we stoten te veel broeikasgassen uit, we kappen te veel bomen die de longen van onze aarde zijn. Wat we daarbij vergeten is dat ook de zee een cruciale rol speelt, en dat er nog enorm veel onbekend is over wat zich in de diepe zee afspeelt en hoe dat het klimaat beïnvloedt. Het is moeilijk voor te stellen, maar ook wij landbewoners zijn verbonden met microben in de diepe zee, verweven in een web van afhankelijkheden. Technologie zoals AI kan ons misschien helpen dat web tot op zekere hoogte in kaart te brengen. Maar ik begrijp dat er grenzen zijn aan wat we kunnen vatten. Het systeem aarde is misschien gewoon te ingewikkeld, hoeveel kennis we ook verzamelen.

Omgaan met klimaatopwarming is daarom in de eerste plaats een omgaan met onzekerheid. Te simpele oplossingen gaan voorbij aan deze complexiteit. Nee, massaal investeren in CO2-opslagtechnologieën gaat de wereld niet redden. Een massale gedragsverandering evenmin. We zullen moeten aanvaarden dat ‘dé oplossing’ niet bestaat, dat ook de wetenschap tegen haar eigen grenzen botst, en dat we een tijd van onzekerheid tegemoet gaan.

Dat brengt ons bij de tweede interpretatie van de vraag. Hoe moeten we ons daarbij voelen? Moet deze onzekerheid ons angstig maken? Dat is waarschijnlijk onvermijdelijk. Toch valt me in mijn gesprekken met Japanse wetenschappers op hoe vaak ze het woord ‘schoonheid’ gebruiken. In onvoorspelbaarheid, complexiteit en onzekerheid schuilt ook iets moois. We kunnen niet anders dan inzien dat we iets oneindig kostbaars aan het verliezen zijn. Maar tegelijk geeft die schoonheid en complexiteit ook hoop: misschien maakt juist het loslaten van onze behoefte aan controle en zekerheid ons wendbaarder. Niet weten waar we naartoe gaan, kan ons opener maken voor wat zich aandient. In tijden van existentiële dreiging blijven er zo mogelijkheden om creatief om te gaan met wat voorhanden is.

 

Deel via: