We have to kill Nature, before it kills us. Een pleidooi voor een kunstmatige Natuur
In de actuele mondiale, sociaal-darwinistische politieke realiteit, de survival of the fittest, gefundeerd op militaire, economische en propagandistische macht, worden de domeinen van ‘het zelf’, de ander, cultuur, technologie en natuur volgens de regels van een zero-sum game afgebakend. Er wordt uitgegaan van schaarste: de groei van het ene domein (de mens) resulteert per definitie in de krimp van het andere (de natuur).
Het is verleidelijk te denken dat ‘natuur’ overal bestaat waar bergen, bomen, dieren, lucht en water zijn. Maar er bestond geen ‘natuur’ in het Japan van vóór 1890. De landschappen, bergen, planten, dieren en eeuwenoude bossen maakten deel uit van een andere beleving, een andere ontologie, een ander relationeel netwerk, kortom, een andere realiteit dan die het westerse woord ‘natuur’ conceptualiseert. Natuur bestond daar, en toen, uit honderden woorden en concepten die de relatie tussen mens en omgeving uitdrukten, waarin de betekenis uit de relatie zelf ontstond. Er waren verschillende ‘naturen’: kosmisch, esthetisch, poëtisch, sociaal-cultureel, spiritueel, regionaal en modern. Omdat natuur hier cultureel werd gedacht, bestond er geen scheiding tussen mens en natuur. Natuur en cultuur overlapten elkaar en vormden een gedeelde ontologie. In die Japanse natuurperceptie herken ik natuur als een vorm van Design.
Kunst, als creatieve kracht, kent geen schaarste. Kunst kan voorzien in natuur als design en een alternatief bieden voor het dualistische, sociaal-darwinistische natuurconcept dat de mondiale politiek domineert en een cyclus van humanitair en ecologisch geweld in stand houdt. Kunst kan, als een vorm van cognitieve politiek, door middel van technologie een natuur verbeelden en scheppen. Dat doet zij al de hele kunstgeschiedenis lang, en de lange geschiedenis van repressie en censuur van kunst levert het bewijs dat kunst een relevante scheppende kracht is van alternatieve ‘ontologische regimes’.
Voor het zelfbewustzijn van ‘de kunst’ is het belangrijk dat zij zichzelf (h)erkent als een krachtige en relevante poëtische ontologische politiek. Dit staat niet haaks op het idee van vrijheid in de kunst; integendeel, het benadrukt juist de noodzaak ervan.
Voor het Westen is een vormgegeven natuur, een natuur die niet buiten de mens staat, die niet-antropocentrisch is maar wel humaan, een nieuw concept. In de klassieke Chinese, Japanse en Afrikaanse (Ubuntu) natuurconcepten liggen echter voldoende handleidingen om zoiets, als gezamenlijk project, te bouwen: een natuurconcept dat een eco-inclusieve vorm van technologie kan faciliteren, waarin technologie, verbeelding en duurzaamheid samenkomen.