Klimaatverandering, klimaatactivisme en democratie

Naarmate de wereldwijde temperatuur blijft stijgen als gevolg van menselijke activiteiten, neemt ook de bezorgdheid over het gebrek aan voldoende maatregelen om dit aan te pakken toe. Enerzijds, zoals blijkt uit het Emissions Gap Report 2025 van het UNEP, zijn individuele landen, waaronder Nederland, er niet in geslaagd hun bestaande klimaatdoelstellingen te halen. Veel landen hebben hun nieuwe klimaatdoelstellingen nog niet ingediend, ondanks de verplichting van het Klimaatakkoord van Parijs. Anderzijds blijven veel grote fossielebrandstofbedrijven hun emissies verhogen en klimaatactie dwarsbomen. Dit blijkt opnieuw uit de lopende COP30 in Belém, waar lobbyisten voor fossiele brandstoffen de delegaties van alle landen, behalve het gastland Brazilië, in aantal overtreffen.

Hoewel dit een gevoel van hopeloosheid kan oproepen, is er ook goed nieuws. Milieuorganisaties en klimaatbewegingen over de hele wereld ondernemen verschillende acties om het probleem van klimaatverandering op de agenda te houden. Sommige organiseren vreedzame protesten, andere kiezen voor juridische stappen en klagen overheden en bedrijven aan, en weer andere nemen krachtigere maatregelen, zoals het blokkeren van snelwegen, luchthavens of de infrastructuur van de fossielebrandstofindustrie. We zien dit ook in Nederland, bijvoorbeeld met Milieudefensie die Shell voor de rechter daagt of Extinction Rebellion die de A12 in Den Haag en privéjets op Schiphol blokkeert. Wat deze verschillende acties gemeen hebben, is dat ze allemaal oproepen tot meer klimaatactie om een leefbare planeet te behouden.

Belangrijk is dat het hier niet alleen gaat om het aanpakken van klimaatverandering; het gaat ook om het versterken van democratische benaderingen van klimaatverandering. Klimaat- en milieubewegingen versterken de stemmen van degenen die worden getroffen door klimaatverandering maar niet deelnemen aan de officiële besluitvorming. Of het nu gaat om jongeren zonder stemrecht, toekomstige generaties of mensen die behoren tot gemarginaliseerde groepen in bredere zin. Op deze manier, gaan deze organisaties en bewegingen de inmenging van bedrijven in de besluitvorming tegen. Ze verrijken ook het publieke debat door de aandacht te vestigen op het feit dat het probleem van klimaatverandering verweven is met sociale en economische kwesties en op een eerlijke manier moet worden aangepakt. Dit punt wordt vaak over het hoofd gezien in het publieke debat. We zagen dit bijvoorbeeld bij de laatste verkiezingen in Nederland, waar veel politieke partijen zich concentreerden op sociale en economische kwesties en klimaatverandering terzijde schoven. Dit is opvallend, aangezien de aanhoudende klimaatverandering het aanpakken van alle urgente sociale en economische kwesties vroeg of laat veel moeilijker zal maken.

Ondanks deze democratische inbreng in de besluitvorming ervaren klimaat- en milieuactivisten ernstige tegenwerking. Er is een zorgwekkende trend waarbij regeringen wereldwijd, inclusief democratische, het recht op protest inperken en verschillende vormen van klimaat- en milieuactivisme criminaliseren, wat leidt tot strengere straffen. Dit wordt vaak gevolgd door het zwartmaken van de klimaatbeweging in de media. Bovendien dagen bedrijven klimaatactivisten voor de rechter, zoals Energy Transfers lopende rechtszaak tegen Greenpeace in de VS. Oproepen tot klimaatactie worden actief onderdrukt. Dit toont aan: de klimaatcrisis is ook een crisis van de democratie. Om weerstand te beiden aan dergelijke druk op hun activiteiten, hebben deze organisaties publieke steun en middelen nodig. Hoewel we het oneens kunnen zijn over welke klimaat- en milieuacties wenselijk zijn, moeten we ons er allemaal van bewust zijn dat deze organisaties, door voortdurend op te roepen tot meer klimaatactie, handelen in ieders belang.

Deel via: