Aardwetenschapper Bertram Uunk heeft met zijn onderzoek nieuwe inzichten verkregen in de manier waarop gebergten ontstaan tijdens botsingen van tektonische platen. Uit zijn onderzoek naar gesteenten op het Griekse eiland Syros blijkt dat het begin van gebergtevorming veel regelmatiger verloopt dan tot nu toe werd aangenomen.

Door gesteenten op Syros nauwkeurig te dateren, ontdekte Uunk dat delen van een subducerende continentrand op een opvallend regelmatige manier losraken van de dalende plaat. Deze gesteentepakketten, afkomstig uit de bovenste honderden meters van de continentrand, blijken elke twee tot vier miljoen jaar als samenhangende plakken los te komen op een diepte van ongeveer 60 tot 70 kilometer in de aardmantel.

De resultaten laten zien dat deze gesteenteplakken vervolgens op verschillende diepten binnen de botsingszone terechtkomen en zo een voorspelbare stapeling vormen in het groeiende gebergte. Daarmee ontstaat een beter beeld van de processen die zich afspelen tijdens de eerste fasen van gebergtevorming. Uit reconstructies van de druk- en temperatuurgeschiedenis van de gesteenten blijkt hoe deze diepe gesteenten uiteindelijk weer aan het aardoppervlak terecht zijn gekomen. Dat gebeurde door grootschalige uitrekking van de aardkorst tijdens de vorming van de Egeïsche Zee. Hierdoor werden gesteenten die ooit diep in het binnenste van een gebergte lagen langs grote breuksystemen omhooggebracht en naast elkaar aan het oppervlak geplaatst.

Lees het hele bericht op de site van de VU.

Geoloog op Syros
Beeld: VU
Deel via: