De TU Delft maakt mooie multimediale producties op de site. Hier een over het opschalen van het gebruik van composieten in de Wind-offhore.
Tree Composites ontwikkelt composietverbindingen die laswerk in grote stalen offshore constructies vervangen. CEO Maxim Segeren werkt al vijf jaar aan de opschaling van deze technologie vanuit Delft. Acht inzichten over industriebelang, risico en waarom deze technologie volgens hem in Europa moet blijven.
“We realiseren constructies op een snellere, lichtere en goedkopere manier. Dat doen we door laswerk te vervangen door composietverbindingen. Als je staal last, degradeert het materiaal. Om dezelfde levensduur te garanderen moet je extra staal toevoegen. Bij bepaalde lasverbindingen moet je uiteindelijk twee tot zelfs tien keer de hoeveelheid staal gebruiken om die levensduur te halen. Met composietknooppunten haal je alle negatieve effecten van lassen weg en houd je het staal in optimale staat.
We hebben berekeningen gemaakt waarbij je richting 60 procent minder staal kunt gebruiken. Dat werkt door in de rest van de constructie. Een zogeheten jacket – dat is het stalen onderstel van een windturbine op zee – weegt normaal ongeveer 2000 ton. Met onze techniek gaan we richting 1000 ton. We praten over buizen met diameters van één tot drie meter en constructies van tachtig meter hoog. Dit zijn echt megaconstructies en het gaat om duizenden tonnen staal per windpark, waardoor elke besparing per fundatie een grote impact heeft.
Er is geen enkele leidraad die beschrijft hoe je dit moet ontwerpen. Voor lassen bestaan al decennia standaarden, maar voor deze toepassing van composiet niet. Wij ontwikkelen en schrijven nu zelf de ontwerpregels. We hebben acht jaar data verzameld en samen met onze partners een testprogramma opgesteld en afgestemd met een certificerende instantie. Je moet alle onzekerheden meenemen die invloed kunnen hebben op het gedrag: zeewater, zonlicht, schaling, multi-axiale belasting, temperatuur enzovoort. Pas als je al die factoren hebt doorgerekend en getest, kun je met zekerheid aantonen dat het betrouwbaar is voor gebruik op zee. Dit is precies waar wij mee bezig zijn geweest. (…)
Als wij nu zouden starten, zouden we het niet redden met de huidige instrumenten. Doorbraaktechnologie heeft in het begin veel steun nodig. Er moet meer ruimte zijn voor demonstratie op zee en voor innovatie in tenders. Voor grote doorbraken is leergeld nodig. Zonder die ruimte wordt innovatie uitgesteld en blijven kosten stijgen. Anders worden dingen alleen maar duurder.”
Lees het hele bericht op de site van de TU Delft.