Wereldwijd wordt jaarlijks bijna vier biljoen dollar uitgegeven aan digitalisering, maar veel van die investeringen leveren weinig op. Volgens hoogleraar Sam Solaimani, die dit thema centraal stelt in zijn oratie, zit de crux in een hardnekkig misverstand: digitale transformatie is in de eerste plaats transformatie, en pas daarna digitaal. “Een viool speelt ook niet vanzelf. De mooiste muziek komt niet uit het instrument, maar uit de musicus en het orkest eromheen.”
“Al in 1987 schreef Nobelprijswinnaar Robert Solow dat je computers overal zag, maar dat hun effect nauwelijks was terug te zien in de productiviteitscijfers. De techniek is sindsdien totaal veranderd, maar die zin is nog steeds actueel”, vertelt Solaimani. Uit recent onderzoek van het Massachusetts Institute of Technology (MIT) blijkt dat ongeveer 95 procent van de generatieve AI-pilots geen meetbare waarde oplevert. Volgens Solaimani ligt dat niet aan de technologie zelf. “Over één ding zijn optimisten en sceptici het eens: organisaties die wél waarde uit technologie halen, beschikken niet per se over betere tools dan organisaties die daarin achterblijven. Het verschil zit in alles wat niet puur technisch is.”
Om dat verschil concreter te maken, gebruikt Solaimani het beeld van een anatomie: een lichaam waarin vier systemen elkaar versterken en alleen in onderlinge samenhang goed functioneren.
“Het eerste systeem is het hoofd: leiderschap en strategie. Daar wordt de richting bepaald. Niet door één leider met een ambitieuze presentatie, maar door bestuurders en managers die kunnen uitleggen waaróm digitalisering nodig is en bovendien voldoende begrip hebben van data en technologie om de juiste vragen te stellen. Want een digitale strategie die alleen in de boardroom of bij de IT-afdeling leeft, is geen koers, maar een wens.”
Lees het hele bericht, en de rest van de geslaagde analogie, op de site van Nyenrode.