Burgerparticipatie geldt als een sleutel tot een succesvolle energietransitie. Maar in de praktijk blijft het vaak bij een ideaalbeeld. In haar promotieonderzoek aan de TU/e laat Nikki Kluskens zien hoe groot de kloof is tussen dat ideaal en de werkelijkheid – en waarom we anders naar burgerbetrokkenheid moeten kijken.

Volgens Kluskens ligt er een fundamenteler probleem onder die kloof. Door burgerparticipatie te benaderen als iets wat we moeten organiseren of creëren, wordt de burger feitelijk buiten het systeem geplaatst. Terwijl burgers daar intrinsiek al onderdeel van zijn. “Als je ze als iets externs blijft zien, kijk je te beperkt en mis je wat burgerparticipatie eigenlijk betekent.”

In het debat wordt vaak gesteld dat burgers actieve stakeholders moeten zijn, omdat dat zou leiden tot meer empowerment en betrokkenheid. Kluskens benadrukt dat dit slechts één perspectief is. “Het geeft een soort falseclosure: het idee dat je precies kunt vastleggen wat goede participatie is, terwijl de werkelijkheid veel complexer is.” Als je burgerbetrokkenheid breder opvat, verandert ook de manier waarop je de uitkomsten beoordeelt, beargumenteert ze.

“We hebben echt een heroriëntatie nodig in hoe we naar burgerparticipatie kijken. Het moet geen tool of checklist zijn, maar een praktijk van onze verhouding tot elkaar”, is Kluskens’ belangrijkste conclusie.

Lees het complete verhaal op de site van de Cursor, van de TUe.

 

Nikki Kluskens
Beeld: Nikki Kluskens/Cursor
Deel via: