Regeringen die honderden miljoenen euro’s aan pandemiegeld schrappen, een paar jaar na een pandemie. Miljarden die worden uitgegeven ná een overstroming ter compensatie, in plaats van ervoor ter preventie: overheden vinden het moeilijk om goed om te gaan met grote, maar niet acute risico’s. Waarom is dat zo’n uitdaging?

Door voorspelbare denkfouten, politieke systemen en internationale dynamiek lopen overheden vaak achter de feiten aan, zo signaleert Bas Heerma van Voss. Hij onderzocht het gedrag van staten als het gaat om grote, maar niet acute risico’s, zoals nucleaire rampen, klimaatverandering en pandemieën.

Heerma van Voss keek onder andere naar het gedrag van risicoanalisten, experts die de regering adviseren over bedreigingen van de samenleving. ‘Net als iedereen bleek deze groep vatbaar voor bijvoorbeeld confirmation bias, de neiging om vooral informatie te zoeken die het eigen oordeel bevestigt.’ De experts waren er (iets) minder vatbaar voor dan een ‘gewone’ groep studenten waar Heerma van Voss ook naar keek, maar alsnog waren deze professionals vatbaar voor systematische denkfouten.

Daar kán iets aan gedaan worden: met zogenaamde training in debiasing kunnen de experts leren om eigen vooroordelen sneller te herkennen, en ze te vermijden. Maar in de praktijk worden zulke trainingen vrijwel nergens structureel toegepast. ‘Iedereen vindt zichzelf net iets minder bevooroordeeld dan een ander.’

Heerma van Voss onderzocht ook hoe staten geld uitgeven rond grote rampen, en zag een cyclisch patroon. ‘Na een incident, zoals een pandemie of een overstroming, schieten de uitgaven aan preventie op dat gebied omhoog. Maar enkele jaren daarna daalt het weer voor lange tijd, tot er een nieuwe ramp gebeurt en de ‘preventiecyclus’ van voren af aan begint.’

Lees het hele bericht op de site van de Radboud niversiteit.

Proefschrift Heerma van Voss
Deel via: