Wat begint als spiercellen die zich vermenigvuldigen in een vloeistof, moet uiteindelijk als vlees op ons bord belanden. Kweekvlees is een veelbelovende oplossing: minder dierenleed, minder land nodig en minder belasting voor de maatschappij. De vraag is niet langer of het mogelijk is, maar of het betaalbaar is en geaccepteerd wordt.

De afgelopen maanden heeft een bioreactor, niet groter dan een pizzaoven, staan ​​borrelen in een laboratorium van de leerstoel Bioprocestechnologie in Wageningen. De onderzoekers noemen de machine liefkozend ‘Isabella’. ‘Hier kweken we vleescellen’, zegt onderzoeksleider Affif Grazette. ‘Daarvoor nemen we biopten van de spieren van een koe, varken of vis. We scheiden het weefsel met behulp van enzymen en plaatsen de geïsoleerde spiercellen in een kweekmedium – een mengsel van aminozuren, water, suikers en mineralen. De cellen delen zich vervolgens en binnen een week hebben we een klein klompje vleescellen van honderd gram.’ De leerstoel werkt aan het optimaliseren van het proces in de bioreactor.

De voordelen van kweekvlees ten opzichte van gewoon vlees lijken duidelijk. Intensieve veeteelt met soja-import uit Brazilië voor voer is niet nodig, en er wordt geen mest geproduceerd – een bron van stikstof en watervervuiling. De productie is efficiënter omdat er geen energie nodig is voor de groei van botten of pezen – alleen voor de groei van spiercellen. Er is minder land nodig en het milieu profiteert ervan dat de aminozuren in het kweekmedium niet afkomstig zijn van soja, maar van lokaal geteelde, eiwitrijke biomassa, zoals algen en gras. Wel wordt er direct meer energie verbruikt bij de productie van kweekvlees. Als die energie (gedeeltelijk of volledig) afkomstig is van fossiele brandstoffen, kan de milieubelasting groter zijn dan bij conventioneel vlees.

Lees de hele longread, over regels, acceptatie en de rol van onderwijs op de site van de Wageningen Universiteit of op de site van de Wageningen World, verbonden aan de WUR.

Kweekvlees-illustratie
Beeld: WUR
Deel via: