Duinherstel wordt steeds belangrijker door de stijgende zeespiegel en toenemende stormkracht. Paul Berghuis en collega’s van het NIOZ (het nationale oceanografische instituut en het expertisecentrum van Nederland voor oceaan, zee en kust) en de Universiteit Utrecht lieten in Texelse duinen zien dat duingraspollen ‘samenwerken’ om zand in te vangen, zelfs als ze nog meters uit elkaar staan.
Nederlandse dijken zijn wereldberoemd, maar we bouwen ook al eeuwenlang duinen. De eerste kunstmatige duinen (zogenaamde ‘stuifdijken’) werden al aangelegd in de 15e eeuw. Recenter werd nabij Petten zo’n 30 miljoen m² zand opgespoten om de Hondsbossche Duinen te vormen. Deze kunstmatige duinen lijken steeds meer op natuurlijke duinen, maar er zijn belangrijke verschillen.
Kunstmatige duinen functioneren als een dijk: ze bestaan vaak uit één hoog en stevig duin dat het zeewater tegenhoudt. Maar bij een doorbraak is daarachter nauwelijks meer bescherming. Natuurlijke duinen zijn breder en opgebouwd uit talloze kleinere duinen. Een enkel natuurlijk duin is daardoor kwetsbaarder dan een kunstmatig duin, maar al die duinen samen zorgen juist voor goede bescherming. Bovenal zijn natuurlijke duinen veerkrachtig: ze kunnen zichzelf herstellen na een storm en groeien mee met een stijgende zeespiegel. Eigenschappen die bijzonder waardevol zijn met het oog op een veranderend klimaat.
Paul Berghuis, promovendus aan de Universiteit Utrecht en het NIOZ, en collega’s volgden met luchtfoto’s en hoogtemodellen de ontwikkeling van een jong, onbeheerd duinlandschap op De Hors, Texel. Berghuis: “We bestudeerden hoe meer dan 4000 duingraspollen in tien jaar een duinlandschap van 12 hectare vormden. Daaruit blijkt dat duinvorming vooral wordt bepaald door hoe graspollen ten opzichte van elkaar liggen, en dat de grootte van individuele pollen juist minder uitmaakt.”
Lees het hele bericht op de site van de Universiteit Utrecht.