Wie kleine wormpjes onder een microscoop bekijkt, kan iets heel verrassends zien: de wormpjes lijken een veegbeweging te maken om hun eigen omgeving schoon te maken. Fysici van de Universiteit van Amsterdam, Georgia Tech en Sorbonne Université/CNRS hebben nu de reden voor dit onverwachte gedrag ontdekt.
Als centimeterslange waterwormen, zoals T. tubifex of Lumbriculus variegatus, in een petrischaal met zanddeeltjes van minder dan een millimeter grootte worden geplaatst, gebeurt er iets verrassends. Na verloop van tijd beginnen de wormen spontaan hun omgeving op te ruimen. Ze vegen de deeltjes samen tot compacte clusters, waardoor ze hun omgeving geleidelijk opnieuw vormgeven en ordenen.
In onderzoek dat deze week in Physical Review X werd gepubliceerd, toont een team van onderzoekers aan dat dit opmerkelijke bezemgedrag geen hersenen vereist, en ook geen complexe interactie tussen de wormen en de deeltjes. In plaats daarvan komt het voort uit de natuurlijke golvende beweging en de flexibiliteit van de wormen.
Door eenvoudige robot- en computermodellen te bouwen die de levende wormen nabootsen, ontdekten de onderzoekers dat alleen die twee ingrediënten – activiteit en flexibiliteit – voldoende zijn om de opruim- en verzameleffecten te reproduceren.
Lees het hele bericht op de site van de UvA. Bekijk daar ook de filmpjes.