Volgens welke morele maatstaf dan ook is Trump een verderfelijk mens. Maar gewapend met de macht van de staat zakt hij af naar een ander niveau – het niveau van het kwaad.

Donald Trump vertoont de klassieke kenmerken van een psychopaat: oppervlakkige charme, grootheidswaanzin en zelfingenomenheid, een behoefte aan voortdurende prikkels, een neiging tot liegen, bedrog en manipulatie, en het onvermogen tot berouw of schuldgevoelens.
Maar is hij slecht?
Als, zoals de filosofe Susan Neiman schrijft, het kwaad niet simpelweg het tegenovergestelde van het goede is maar er vijandig tegenover staat, als het doel van het kwaad is om alle morele onderscheidingen te vernietigen, dan kan Trump als slecht worden beschouwd. Moraliteit is, volgens Trump, iets voor verliezers. Het leven draait om transacties. Eigenbelang en zelfverrijking verdringen alle andere overwegingen. Niemand anders doet ertoe.
In haar nieuwe boek, Call It Evil: Understanding the Trump Era, stelt Nieman dat het kwaad ‘geen wreedheid is, maar iets veel ergers: de ideeën die ervoor zorgen dat wreedheid alledaags wordt’.
Ze vervolgt:
“Er is een verschil tussen het bestempelen van de ene handeling als ‘kwaadaardig’ en het bestempelen van een andere als ‘misdaad’. Voor misdaden bestaan er procedures – althans voor het bestraffen ervan, zo niet voor het voorkomen ervan. Dit betekent dat een misdaad op de een of andere manier in de rest van onze ervaring past. Een handeling ‘kwaadaardig’ noemen, impliceert dat dit niet het geval is – en dat deze daardoor het vertrouwen in de wereld ondermijnt, een vertrouwen dat we nodig hebben om ons in de wereld te kunnen redden. Er staat geen wegwijzer op de grens tussen het kwade en het afschuwelijke. ‘Kwaad’ is wat je zegt als je mond openvalt omdat je voelt dat er een grens is overschreden.”
Trump overschrijdt de ene grens na de andere. Hij verklaart in een opwelling oorlogen. Hij verrijkt zichzelf en zijn familie met cryptovaluta-zwendel, waarmee hij meer dan een miljard dollar heeft verdiend. Hij geeft opdracht tot moorden en de ontvoering van staatshoofden. Hij gebruikt miljarden dollars van de belastingbetaler om genocide in Palestina in stand te houden en heeft sinds januari 2025 meer dan 20 miljard dollar beschikbaar gesteld voor nieuwe wapenverkopen aan Israël. Hij ontmantelt overheidsinstanties die bedoeld zijn om kwetsbare mensen te ondersteunen en blaast het oorlogsbudget op. Hij bouwt malafide paramilitaire troepen op om burgers en immigranten te terroriseren. Hij valt de nieuwsindustrie aan en probeert deze te censureren.
Kortom, hij doet wat iedereen doet die kwaad pleegt.
Hij bevordert een wereld waarin niets heilig is en waarin democratie en burgerlijke deugden niet bestaan.
Begrippen als eerlijkheid, fatsoen, rechtvaardigheid en empathie worden door de regering-Trump onderuitgehaald. Zijn dreigement om Iran te vernietigen – dat wil zeggen: genocide te plegen –, dat hij uitgerekend bij de Verenigde Naties uitsprak, wordt met onverschilligheid ontvangen door een publiek dat verdoofd is geraakt door zijn morele leegheid.
„Zodra de suprematie van het eigenbelang wordt vastgelegd als gezond verstand in plaats van als een filosofisch idee, worden morele vermogens zoals empathie en schaamte niet alleen naïef, maar ook verdacht“, schrijft Neiman. „Sadisten bestaan en veroorzaken eindeloos veel leed. Maar de meest voorkomende vormen van het kwaad komen voort uit de opvatting dat alleen dwazen in iets anders geloven dan hun eigen voordeel.“
De instellingen die zijn opgezet om de democratie te beschermen, burgerlijke deugden te waarborgen en gelijkheid te bevorderen – waaronder de rechtbanken, advocatenkantoren, universiteiten en de media, die allemaal in de greep zijn geraakt van de miljardairsklasse – gingen al snel op de knieën om in de gunst te komen bij het Witte Huis van Trump. De titanen in Silicon Valley overspoelden hem en zijn campagne met miljoenen dollars. De vermeende deugden die deze instellingen en individuen beweerden te verdedigen, werden overboord gegooid. Deze deugden, zo lieten zij zien, waren niets meer dan branding, performancekunst, een schijnvertoning.
Voor een verontwaardigd publiek zijn Trumps openlijke hebzucht en wreedheid nog altijd te verkiezen boven de gladde hypocrisie van de politici – zowel Republikeinen als Democraten – die hem voorgingen. Hij doet niet mee aan hun schijnempathie. Sterker nog, hij lijkt niet in staat tot empathie.
Zodra moraliteit iets voor dwazen is, heeft deugdzaamheid geen zin meer. Zodra we geloven dat we moeten pakken wat we pakken kunnen, zelfs ten koste van de mensen om ons heen, geven we ons over aan het kwaad.
„In tegenstelling tot de rest van ons vertoont hij voortdurend de combinatie van motieven waarvan ons wordt verteld dat ze de ware drijfveren zijn achter menselijk gedrag”, schrijft Neiman over Trump:
“Hij lijkt ook geen begrip te hebben voor andere normen. Hoewel hij erkent dat andere mensen – oftewel ‘losers’ – normen hebben, heeft hij geen idee hoe normen werken: hoe ze mensen ertoe aanzetten hun eigenbelang opzij te zetten om die normen na te leven. Door zich op het internationale toneel te gedragen als de ‘egoïstische genen’ van Richard Dawkins, heeft hij miljoenen volgers aangetrokken die zeggen dat ze zijn authenticiteit bewonderen. Dit betekent niet dat zijn volgelingen verachtelijk zijn. Ze zijn misschien helemaal niet slecht, maar in een wereld waar onverbiddelijk eigenbelang meestal in zachte kleuren wordt gecamoufleerd, vinden ze zijn openhartigheid verfrissend. Ze hebben zo vaak gehoord dat mensen het naakte eigenbelang verbergen dat de wereld werkelijk in beweging brengt. Ze zijn opgelucht om een man te zien die het nooit verbergt.”
Het ergste kwaad, zo betoogt Neiman, “is wellicht de ontkenning van het kwaad – evenals de minachting voor elk goed dat zich ertegen zou kunnen verzetten. Wanneer eigenbelang de basis van de rede wordt, hoeft het kwaad zichzelf niet langer te rechtvaardigen. Het wordt dan al verward met rationaliteit.”
Dit kwaad leidt ons langs de bekende weg naar het fascisme. Het was Mark Milley, voorzitter van de gezamenlijke stafchefs tijdens Trumps eerste ambtstermijn, die ons waarschuwde en Trump ‘door en door fascistisch’ noemde.
De media – te laf om Trump als fascist te bestempelen – geven de voorkeur aan het woord ‘autoritair’, wat volgens Neiman misschien een draaglijker woord is, maar ‘het fascisme niet draaglijker maakt’.
Over autoritarisme merkt ze op:
“Het is een woord dat van pas kan komen bij het beschrijven van bepaalde Duitse professoren en de mildere vorm van Latijns-Amerikaanse militaire regimes. Maar een land waar gemaskerde mannen mensen deporteren naar woestenijen die ze nog nooit hebben gezien? Waar gevechtstroepen grote steden bezetten en vreedzaam protesterende burgers neerschieten? Een regering die de media, universiteiten en andere landen dwingt zich naar haar wil te schikken? Een leger dat vissers met de meest magere rechtvaardigingen aan stukken schiet, en vervolgens het soort oorlogen begint dat door het Internationaal Militair Tribunaal in Neurenberg is veroordeeld? Zoals het in 1946 schreef: ‘Het ontketenen van een agressieoorlog is niet alleen een internationale misdaad, het is de grootste internationale misdaad, die zich slechts van andere oorlogsmisdaden onderscheidt doordat zij in zichzelf het geaccumuleerde kwaad van het geheel bevat.’ Het zou gemakkelijk zijn om door te gaan, maar het tellen van misdaden heeft geen zin. Voordat deze woorden worden gedrukt, zal de regering al talloze nieuwe manieren hebben gevonden om de rechtsstaat met voeten te treden.”
We hebben een groot probleem.
Het morele verval in onze samenleving bestond al vóór Trump. Hij is het logische gevolg daarvan. Hij is de apotheose van een cultuur waarin hebzucht, uitbuiting en eigenbelang – de kernprincipes van het neoliberalisme – worden verheven tot de bepalende krachten van het menselijk bestaan.
We moeten terugvechten zolang het nog kan. Maar om dat te doen, moeten we de taal van goed en kwaad terugwinnen. Het vereist dat we morele keuzes maken en zelfopoffering aanvaarden. Het vereist dat we de dreigende toekomst bij de naam noemen, en ons gezicht niet afwenden van het fascistische monoliet dat zich steeds steviger verankert.
Het ontkennen van deze waarheden en het weigeren om het kwaad te trotseren, zal onze slavernij bezegelen.
Het uitspreken van deze waarheden en het opkomen voor de onderdrukten en gemarginaliseerden, zelfs ten koste van onze eigen financiële en fysieke veiligheid, zal ons bevrijden.