Kunst en klimaatverandering: van Thoreau tot topofilie
Inleiding
Hoe kunnen kunst en de geesteswetenschappen ons helpen omgaan met de klimaatcrisis? In een tijd waarin wetenschappelijke feiten overvloedig aanwezig zijn maar daadkracht vaak uitblijft, hebben we nieuwe manieren nodig om te denken, te voelen en te handelen. Kunst kan daarbij een krachtig middel zijn om onze blik te veranderen en nieuwe vormen van verbondenheid te ervaren. In wat volgt, onderzoek ik hoe de ideeën van Thoreau en Buell, het concept van grounding via TOPO, en het project BEUYS-LAND ons kunnen helpen de relatie tussen mens en omgeving opnieuw vorm te geven.
- Van Thoreaus visie tot onze verlamming
Vandaag de dag bevinden we ons in een paradoxale situatie. Lawrence Buell, een van de grondleggers van het ecocriticisme, wees op Henry David Thoreau als een vroege inspiratiebron voor een intellectuele en ethische benadering van het milieu. Maar, zoals Buell opmerkte: “We weten veel meer dan Thoreau over hoe mensen het milieu misbruiken, maar we doen minder met wat we weten.”
Hoe verder we het Antropoceen binnentreden, hoe meer onze studenten niet weten hoe zij moeten omgaan met de emotionele en psychologische gevolgen van de milieucatastrofe. Er zijn geen kant-en-klare oplossingen of strategieën. Velen voelen zich overweldigd en kampen met verlamming, frustratie of zelfs burn-out. De klimaatcrisis is niet alleen ecologisch, maar ook existentieel: ze confronteert ons met vragen over keuzevrijheid, verbondenheid en zingeving.
- Aarding door middel van TOPO en Topofilie
Een mogelijke weg vooruit ligt in grounding – het opnieuw verbinden van denken, onderwijs en onderzoek met de plaatsen waar we leven. Sinds de jaren tachtig is plaats teruggekeerd als een essentiële categorie in de humanistische en sociale theorie. Voortbouwend op de Griekse wortels topos (plaats) en philia (liefde), verwijst topofilie naar een affectieve band met een plek – een gevoel van verbondenheid dat ecologisch bewustzijn kan voeden.
Binnen een duurzaam kader voor American Studies biedt het concept TOPO – bestaande uit Theory (theorie), Organizational practice (organisatiepraktijk), Performance (uitvoering) en Outreach (maatschappelijke betrokkenheid) – een manier om milieubewustzijn binnen verschillende disciplines te verdiepen. Door klimaatverandering te koppelen aan geschiedenis, politiek, literatuur, cultuur en stadsplanning kunnen klaslokalen veranderen in laboratoria van empathie en reflectie.

Afb. 1: Overzicht van vier toegangspoorten tot topofilie © F. Mehring
Grounding moedigt ons aan om letterlijk naar buiten te gaan – te wandelen, te observeren en onze omgeving opnieuw te leren kennen. Hybride onderwijsvormen, zoals veldwerk, excursies en artistieke samenwerkingen, kunnen abstracte discussies vertalen naar concreet begrip. Kunst kan daarbij een krachtig middel zijn om een verandering in denken én leven teweeg te brengen, door mensen te helpen alternatieven te bedenken, zich opnieuw verbonden te voelen met hun omgeving en tot actie te komen. Zoals kunstenaars en denkers als Anna Tsing, Allan Sekula en Rebecca Solnit hebben laten zien, kan creatief werk de kwetsbare verwevenheid tussen mens en milieu zichtbaar maken.
- Beuys-Land: een casestudy in geaarde kunst
Een inspirerend voorbeeld van grounding in de praktijk is BEUYS-LAND, een milieukunstproject in het grensgebied tussen Nijmegen en Kleve, waar Joseph Beuys opgroeide. Geïnspireerd door Beuys’ boomplantacties plaatste het project levensgrote foto’s van de kunstenaar terug in het landschap waar ze in 1978 waren genomen. Bezoekers ontmoetten Beuys niet in een museum, maar in weilanden, langs dijken en tussen geknotte wilgen – en herontdekten kunst in hun alledaagse leefomgeving.
De installatie nodigde deelnemers uit om het landschap kritisch te lezen en zowel continuïteit als verlies te herkennen: afgenomen biodiversiteit, veranderde weiden, windturbines aan de horizon. Via wandelingen, workshops en digitale projecten betrok BEUYS-LAND burgers en studenten bij de vraag hoe kunst en ecologie elkaar kunnen versterken. Het toonde aan dat kunst, net als onderwijs, ons kan helpen om opnieuw te wortelen in onze omgeving en een hernieuwd gevoel van verantwoordelijkheid te ontwikkelen.
Conclusie
Om de klimaatcrisis het hoofd te bieden, moeten we niet beginnen bij de smeltende gletsjers in verre landen, maar bij de plekken waar wij zelf wonen, werken en dromen. Kunst kan daarbij de weg wijzen – als middel tot reflectie, verbondenheid en verandering. Door studenten en burgers te laten ervaren dat hun omgeving ertoe doet, geven we hun het vertrouwen en de verbeeldingskracht terug om te geloven dat verandering mogelijk is – hier en nu.
Link naar de website: https://artandclimatechange.com

Afb. 2: Vergrote foto’s van Gerd Ludwig in het landschap tussen Nijmegen en Kleve, 2021. © Frank Mehring