Floor Rink, hoogleraar Organisational Behaviour bij de Faculteit Economie en Bedrijfskunde, en haar collega’s, waaronder Kyra van Hinsberg en hoogleraar Janka Stoker, koppelden gegevens uit een archief uit de VS waaruit blijkt dat in de loop der tijd meer vrouwen zijn doorgedrongen tot topfuncties, aan andere datasets waarin wordt bijgehouden wanneer topbestuurders vertrekken en waar zij vervolgens weer terechtkomen. ‘En dan zie je dat vrouwen die in topposities worden aangesteld consequent vaker worden ontslagen of vrijwillig weggaan dan mannelijke leiders, zelfs wanneer ze CEO worden van een bedrijf en beginnen vanuit een zeer goede startpositie.’ Daar komt nog bij dat vrouwen na hun eerste hoge leiderschapspositie beduidend minder vaak een volgende leidinggevende positie vinden op vergelijkbaar niveau, ook wanneer ze niet vroegtijdig zijn vertrokken. Mannelijke leiders, daarentegen, kunnen veelal beginnen aan hun ‘second act’.
Wanneer vrouwen zover komen dat ze geselecteerd worden om een topbestuurder te worden, is het lastig hard te maken dat zij eigenlijk niet capabel zouden zijn, met of zonder vrouwenquota. Deze vrouwen voldoen echt aan de eisen.’ Wat is er dan aan de hand? ‘Dat weten we nog niet precies en gaan we daarom de komende tijd bestuderen.’ Australische onderzoeker Michelle Ryan, ontdekte reeds dat vrouwen een grotere kans hadden om geselecteerd te worden voor meer risicovolle leiderschapsposities, het zogenaamde “glass cliff effect”. Dit gebeurt vooral in tijden waarin een organisatie de noodzaak voelt om het anders te doen. ‘Immers, als alles helemaal goed gaat, hoef je niet te veranderen en ben je sneller geneigd gewoon weer een man te kiezen,’ vult Rink aan.