Een ode aan frustratietolerantie
Talrijke internationale rapporten bevestigen de opwarming van de aarde. De oorzaken en gevolgen van klimaatverandering, evenals de gestelde doelen en maatregelen om deze te behalen, worden in toenemende mate ter discussie gesteld op het internationale geopolitieke toneel.[1] Dit leidt tot tegenstrijdige berichtgeving en besluitvorming. Toch is duidelijk dat we verdere opwarming moeten voorkomen (mitigatie) en de gevolgen ervan, zoals extreme droogte en wateroverlast, moeten beheersen (adaptatie).
Onderzoek heeft zich in de voorbije twee decennia vooral gericht op het definiëren van kennis en competenties die nodig zijn om verdere opwarming van de aarde tegen te gaan.[2] Wereldwijd is er consensus over het belang van systeemdenken, om maatschappelijke weeffouten te identificeren, en te begrijpen hoe verschillende factoren elkaar beïnvloeden. Eveneens belangrijk is anticipatorisch of toekomstgericht denken, gericht op korte, middellange en lange termijn: wat betekenen maatregelen die we vandaag nemen voor ons klimaat binnen 20, 50, of 100 jaar? Vooral die lange termijn effecten van huidige maatregelen krijgen nog te weinig aandacht, zowel in onderwijs als in beleid. Daarnaast spelen interpersoonlijke, normatieve en actiegerichte competenties een rol. Het Europees Competentiekader voor Duurzaamheid, GreenComp[3], geeft een helder overzicht van deze individuele duurzaamheidscompetenties.
Dergelijke competenties worden vaak voorgesteld als een manier om – rechttoe rechtaan – een duurzame oplossing voor een onduurzaam probleem aan te reiken. Klimaatverandering is echter een ‘super wicked problem’, gekenmerkt door verregaande complexiteit, ambiguïteit, onzekerheid, en urgentie, en het is niet altijd haalbaar om een eenduidige oplossing te formuleren.[4] Net in die context is het belangrijk om een handelingsperspectief te bieden via frustratietolerantie: het vermogen om te gaan met tegenslagen, disrupties, ambiguïteit in informatie en perspectieven. In de discussie over duurzaamheidscompetenties ontbreekt vaak die focus op frustratietolerantie: wat als het niet lukt om een oplossing te bedenken? Of wat als een oplossing toch niet de gewenste effecten heeft? Of wat als er een onverwachte factor onze oplossing verstoort?
Het begrip frustratietolerantie is uitgebreid onderzocht binnen disciplines als psychologie, pedagogiek en neurowetenschappen. Het werd bovendien al jaren geleden benoemd in de context van duurzaamheidsuitdagingen[5], maar lijkt sindsdien in de discussie over individuele duurzaamheidscompetenties naar de achtergrond verdwenen. Hoewel frustratietolerantie een sleutelrol speelt in onze omgang met klimaatverandering, krijgt het toch maar weinig aandacht.[6] GreenComp bijvoorbeeld benoemt wel het belang van aanpassingsvermogen, en plaatst dit in de context van een veerkrachtig planetair systeem. Het individueel perspectief betreffende frustratietolerantie wordt daarbij niet verder geëxpliciteerd.
Frustratietolerantie biedt nochtans een perspectief om te anticiperen op de onzekerheid en onvoorspelbaarheid die klimaatopwarming met zich meebrengt, en vormt daarmee een essentieel element in zowel mitigatie als adaptatie. Het is ook nauw verbonden met elementen van veerkracht. Dit uit zich zowel op individueel vlak (hoe iemand persoonlijke tegenslagen en disrupties verwerkt, met klimaatangst bijvoorbeeld) als op systeemniveau (hoe zorgen we ervoor dat onze systemen niet vastlopen op weeffouten, herstellen van disruptie en evolueren – bijvoorbeeld met het perspectief van sociaal-ecologische veerkracht).[7] Hoog tijd dus om frustratietolerantie – en breder, elementen van individuele veerkracht – explicieter te benoemen en integreren in ons klimaatonderwijs, zodat toekomstige generaties beter kunnen omgaan met de onzekerheid en onvoorspelbaarheid van de uitdagingen waarmee zij te maken zullen krijgen.
[1] Block, K., Li, M., Gärtner, J., & Lenzen, M. (2025). Geopolitical conflict impedes climate change mitigation. npj Climate Action, 4(1). https://doi.org/10.1038/s44168-025-00224-7
[2] Brundiers, K., Barth, M., Cebrián, G., Cohen, M., Diaz, L., Doucette-Remington, S., Dripps, W., Habron, G., Harré, N., Jarchow, M., Losch, K., Michel, J., Mochizuki, Y., Rieckmann, M., Parnell, R., Walker, P. & Zint, M. (2021). Key competencies in sustainability in higher education—toward an agreed-upon reference framework. Sustainability Science, 16(1), 13-29.
[3] Bianchi, G., Pisiotis, U., Cabrera Giraldez, M. (2022). GreenComp — Het Europees competentiekader voor duurzaamheid. Bacigalupo, M., Punie, Y. (redacteuren), EUR 30955 NL, Bureau voor publicaties van de Europese Unie, Luxemburg; ISBN 978-92-76-53200-2, doi:10.2760/7670, JRC128040.
[4] Lambrechts, W. (2019). Onderwijs in het post-truth tijdperk: Reflecties over de rol van leren in duurzaamheid en democratie. Algemeen Nederlands Tijdschrift voor Wijsbegeerte, 111(4), 545-565. Online beschikbaar: https://doi.org/10.5117/ANTW2019.4.004.LAMB
[5] Rieckmann, M. (2012). Future-oriented higher education: Which key competencies should be fostered through university teaching and learning?. Futures, 44(2), 127-135.
[6] Lambrechts, W. (2020). Learning ‘for’ and ‘in’ the future: on the role of resilience and empowerment in education. Paper commissioned for the UNESCO Futures of Education report (2021). Online beschikbaar: https://research.ou.nl/ws/portalfiles/portal/31433010/Lambrechts_2020_UNESCO.pdf
[7] Smith, A., & Stirling, A. (2010). The politics of social-ecological resilience and sustainable socio-technical transitions. Ecology and Society, 15(1).