Leiderschap en klimaatverandering

Thema’s zoals klimaatverandering en duurzaamheid stonden lange tijd aan de zijlijn, een bijgerecht dat wel werd geserveerd, maar zelden het hoofdgerecht vormde. Inmiddels is die positie verschoven. Er is meer aandacht voor impactdenken – niet alleen voldoen aan wetgeving of goede bedoelingen hebben, maar tastbare resultaten boeken: negatieve effecten wegnemen en positieve bijdragen versterken.

In die transitie verandert ook het leiderschap. Waar vroeger vooral de top richting gaf, zien we nu paradoxaal leiderschap: sturen en loslaten tegelijk, stabiliteit bieden én verandering toelaten. Deze houding hoort niet alleen bij leiders, maar ook bij ‘volgers’ die verantwoordelijkheid durven nemen. Alleen zo kunnen we de complexe systeemveranderingen die ons te wachten staan, samen navigeren.

Briljante wetenschappers en auteurs schetsen vandaag een toekomst waarin onze economie zich heroriënteert: minder afhankelijk van mondiale ketens, meer verankerd in sterke regio’s die circulair werken. Reststromen worden grondstoffen, energie komt uit decentrale en hernieuwbare bronnen, en prijzen weerspiegelen eindelijk ook de ecologische kosten. Het is een toekomst waarin technologie – en kunstmatige intelligentie in het bijzonder – ons in staat stelt om slimmer te produceren en meer tijd vrij te maken voor menselijke taken, zonder de planeet verder uit te putten. Daar volg ik Koen Schoors in, met zijn nieuwste boek Alles wordt anders… en beter. Een aanrader.

Maar die toekomst is geen gegeven. Hier raakt zijn verhaal aan dat van David Van Reybrouck, die waarschuwt voor de “kolonisatie van de toekomst”. Net zoals het kolonialisme ooit hele continenten exploiteerde, riskeren we nu de mogelijkheden van komende generaties te ontnemen door kortetermijndenken. Hij herinnert ons eraan dat de zwaarste klappen van klimaatverandering vallen op dezelfde plaatsen die in het verleden al onderdrukt werden.

De perspectieven van Schoors en Van Reybrouck maken duidelijk dat de aanpak van klimaatverandering en de opwarming van onze aardbol vraagt om morele moed: de durf om beleid en keuzes te richten op wat later waardevol zal blijken, ook als dat nu ongemak oplevert. Dat betekent dat we duurzaamheid niet langer als een ‘compliance’-oefening zien, maar als een strategische kern. Het betekent dat we verantwoording afleggen over effecten, niet alleen over intenties. En het betekent dat we de toekomst behandelen als een gemeenschappelijk bezit, geen voorraadkamer die we nu leegmaken.

We staan in een storm van transities: klimaat, energie, technologie, geopolitiek, sociale rechtvaardigheid. In die storm is geen plaats voor passiviteit. Het vraagt om individuen die hun kompas durven te volgen, organisaties die impactdenken verankeren en samenlevingen die mechanismen bouwen om toekomstige generaties een stem te geven. Ik pleit voor morele moed en morele ambitie. De keuzes die we nu maken, zullen langer doorwerken dan we ons kunnen voorstellen.

 

 

Deel via: