Een retorisch antwoord op de klimaatcrisis
De klimaatverandering confronteert ons met een merkwaardige tegenstelling. We weten al decennia wat er aan de hand is, maar er gebeurt te weinig om het tij te keren. Dat roept een fundamentele vraag op: waarom leidt kennis in dit geval niet tot actie?
Vanuit het perspectief van de retorica – de kunst van het overtuigen – ligt het antwoord op die vraag in de manier waarop over het klimaat wordt gesproken. Om mensen in beweging te brengen, is kennis alleen niet genoeg. Klimaatverandering is niet enkel een kwestie van feiten en modellen, maar ook van verhalen, waarden en emoties. De klimaatcrisis is dus, naast wat ze verder allemaal is, ook een retorische crisis: een gebrek aan overtuigingskracht.
Dat komt in de eerste plaats door de vaak technocratische toon waarin over het klimaat gesproken wordt, met veel cijfers, grafieken en getalsmatige doelstellingen. Enerzijds is dat begrijpelijk, want over de feitelijke aspecten van de crisis bestaat brede wetenschappelijke consensus. Maar wat men daarbij licht vergeet, is dat feiten nooit voor zich spreken: ze krijgen pas betekenis als ze worden ingebed in een verhaal waarin mensen hun eigen zorgen en waarden herkennen.
Ook het schetsen van doemscenario’s, iets dat in de klimaatcommunicatie veelvuldig gebeurt, is lang niet altijd effectief. Om nog maar te zwijgen over het publiekelijk wegzetten van twijfelaars of critici als ‘klimaatontkenners’ of ‘wappies’. Je hoeft geen retorica gestudeerd te hebben om te begrijpen dat dergelijke persoonlijke aanvallen de polarisatie voeden en de overtuigingskracht ondermijnen.
Populistische politici lijken beter te begrijpen hoe overtuiging werkt. Zij scheppen een gevoel van nabijheid door namens ‘de gewone mensen’ van leer te trekken tegen ‘de elite’. Wanneer ze oproepen om het eigen gezonde verstand te volgen in plaats van de experts te geloven, appelleren ze aan het gevoel van autonomie en eigenwaarde: u hoeft ons niets te vertellen, wij bepalen zelf wel wat we vinden. Die emotionele identificatie maakt hun boodschap heel krachtig, hoe discutabel de inhoud ook is.
Voorstanders van klimaatactie kunnen daar iets van leren. Niet door de feiten te verdraaien, maar door zich te verdiepen in hoe anderen in de wereld staan en de boodschap daarop af te stemmen. Overtuigen is immers niet hetzelfde als nóg een keer uitleggen hoe het allemaal in elkaar zit. De sleutel ligt niet in méér cijfers, zwartere toekomstscenario’s of scherpere persoonlijke aanvallen, maar in een manier van spreken die afgestemd is op het publiek. De weg uit de klimaatcrisis vraagt, naast technologische innovatie, ook om retorische intelligentie: het vermogen om de juiste woorden te vinden voor een wereld die nog overtuigd moet worden.