Twee jaar geleden sprak ik de hoop uit dat AI, mits voldoende doorontwikkeld, veel fiscaal werk overbodig zou kunnen maken. Terugkijkend zie ik dat mijn betoog zwaar leunde op dat ene voorbehoud: mits voldoende doorontwikkeld. Hoewel ik slechts hoopvol was en geen heel concrete verwachtingen had, moet ik zeggen dat ik toch best teleurgesteld ben.
In mijn werk is ‘heel vaak goed’, ‘een heel eind in de goede richting’ of ‘best knap’ domweg niet goed genoeg. In mijn onderzoek moet ik achter elke letter van mijn betoog kunnen staan. Inmiddels zijn er voorbeelden te over van prominenten die door laks gebruik van AI niet-bestaande bronnen en citaten presenteerden als feiten: een academische doodzonde. Zonder volledige zekerheid over de output kan ik mijn dagelijks werk niet uitbesteden.
Zo nu en dan zet ik AI in als sparringpartner tijdens het schrijfproces, maar daarbij loop ik wel steevast aan tegen diens hardnekkige Amerikaanse ‘vriendelijke’ inborst. Hoewel ijdelheid weinig academici vreemd is, krijg ik toch lichte braakneigingen als ik telkens opnieuw moet horen hoe ‘geniaal’ mijn inzichten wel niet zijn. Als ik prompts schrijf om de AI kritischer te laten zijn, krijg ik gezochte tegenwerpingen gebaseerd op onjuiste interpretaties van al dan niet bestaande wetgeving. Als ik daar vervolgens op wijs krijg ik na een ‘welgemeend’ excuus opnieuw te horen hoe briljant ik wel niet ben omdat ik dat had opgemerkt. Zucht.
Ook in het onderwijs ervaar ik problemen. Zo nu en dan krijg ik mailtjes van studenten waarvan ik sterk vermoed dat ze volledig door AI zijn opgesteld. Natuurlijk kan ik zelf ook AI gebruiken om die te beantwoorden, maar dan bekruipt mij toch een lichte existentiële angst waarbij ik me afvraag waarom we de computers niet meteen met elkaar in discussie laten gaan. The dead Internet theory is real. Waar ik eerder slechte scripties kon herkennen aan het taalgebruik, wordt nu een inhoudelijke drol opgepoetst en gepresenteerd op een zilveren dienblad. Gebrek aan inzicht is beter te verhullen, waardoor het juist méér tijd kan kosten om studenten de basis van goed onderzoek bij te brengen.
Je kunt zeggen: “Net als het woordenboek hiervoor is AI uiteindelijk een instrument dat mensen hoe dan ook zullen gebruiken: je moet vooral leren er goed mee om te gaan.” Prima. Maar we leren op de basisschool ook niet spellingsregels toe te passen op het moment dat kinderen toegang hebben tot automatische spellingscorrecties.
Toegegeven: tegenwoordig werk ik voltijds op de universiteit. Ik ondervind de laatste ontwikkelingen in de fiscale praktijk, de commerciële noch de publieke, niet aan den lijve. Maar dezelfde risico’s bestaan ook daar. Als je met behulp van een hallucinerende AI-assistent belastingadviezen schrijft die net niet stroken met de juiste interpretaties van relevante arresten, dan kan dat zomaar tot miljoenen euro’s schade leiden. Gevolg: elk advies op de letter controleren. Hoeveel tijdwinst blijft er dan werkelijk over? En als de werkstudenten met behulp van AI op het oog prachtige stukken aanleveren, kun je als manager dan echt profiteren van hun relatief goedkope arbeid, of is achterdocht geboden en moet juist alles extra gecontroleerd worden?
AI is een grote belofte, maar ze is nog niet waar ze moet zijn. Hoewel het nog steeds zou kunnen dat AI veel fiscaal werk overbodig gaat maken, zie ik ook nog steeds dezelfde problemen als twee jaar geleden. Mits de AI-bubbel niet knapt wegens onrendabele beloftes en we niet in een nieuwe crisis belanden vanwege de vele overspannen circulaire investeringen, zou onze AI-toekomst nog steeds rooskleurig kunnen zijn. Maar voor nu is het ‘eerst zien en dan geloven’. Vooralsnog heb ik meer vertrouwen in de zekerheid van, al dan niet met behulp AI, ontwikkelde bots dan in de directe toepassingen van AI zelf. Dan weet ik ten minste waar ik aan toe ben.