Twee mensen met dezelfde psychiatrische diagnose kunnen compleet anders zijn. Toch worden ze vaak behandeld alsof ze hetzelfde zijn. Nieuw onderzoek brengt daar verandering in met behulp van ‘normatief modelleren’. Dat kun je vergelijken met een groeicurve voor kinderen: het laat zien of en hoe iemand afwijkt van een bepaalde groep. Deze meer persoonlijke aanpak kan de manier waarop we psychische aandoeningen begrijpen en behandelen ingrijpend veranderen.
Diagnosehandboeken zoals de DSM-5 en ICD-10 – die wereldwijd door artsen worden gebruikt – zijn vooral gebaseerd op het tellen van symptomen. Vink je genoeg vakjes aan, dan krijg je een diagnose. Maar dat label zegt weinig over wat er echt in iemands brein gebeurt. In andere medische vakgebieden gebruiken artsen bijvoorbeeld bloedtesten of scans. In de psychiatrie gebeurt dat nog nauwelijks. “In de rest van de geneeskunde is men overgestapt van symptomen naar biologische tests. Maar in de psychiatrie zijn diagnose en behandeling nog grotendeels gebaseerd op symptomen,” zegt onderzoeker Mohammad Zamanzadeh.
Kun je depressie of ADHD in het brein zien? Volgens Zamanzadeh wel, maar het ziet er bij iedereen anders uit. “Wanneer onderzoekers zoeken naar één hersenpatroon dat gedeeld wordt door alle mensen met dezelfde diagnose, vinden ze heel weinig. Zo liet ons onderzoek zien dat het meest consistente patroon maar bij 14% van de patiënten voorkwam. Er is geen gemiddeld patroon waarvan je kunt zeggen: alle mensen met een depressie hebben dit. Mensen verschillen simpelweg te veel. Deze nieuwe methode kiest daarom een andere aanpak: in plaats van te kijken naar wat iedereen gemeen heeft, onderzoekt normatief modelleren hoe ieder individu afwijkt van een norm.”
Bekijk het hele bericht op de site van Tilburg Universiteit.