In de wetenschap proberen we de beste ideeën te vinden om de wereld om ons heen te verklaren. De beste ideeën in de wetenschap noemen we theorieën – een verzameling van stellingen waarmee we een aspect van de wereld kunnen verklaren en dus ook voorspellen. Deze theorieën zijn gebaseerd op regelmatigheden die zijn geobserveerd en die verklaard kunnen worden door de theorie. Zo verklaart de evolutietheorie bijvoorbeeld waarom je herhaaldelijk unieke diersoorten ziet in geïsoleerde gebieden zoals eilanden. Om een goede theorie te krijgen moet je dus eerst herhaalbare patronen (feiten) hebben om te kunnen verklaren, want als er geen regelmatigheden zijn, valt er ook niets te verklaren.
In de cognitieve neurowetenschappen hebben we nog geen echte theorieën maar wel modellen van hoe de menselijke hersenen bepaalde informatie zouden kunnen verwerken. In de neurolinguïstiek willen we meer specifiek weten hoe de menselijke hersenen taal produceren en begrijpen. Een veel gebruikte meetmethode om hersenactiviteit te meten terwijl mensen taal verwerken is MRI (magnetic resonance imaging). Er is echter toenemend recent bewijs dat MRI-onderzoek, met name als er kleine steekproeven worden getrokken, soms geen regelmatig patronen oplevert – het patroon is dan heel anders als de studie precies herhaald wordt. Dit is een probleem voor neurale modellen van taalverwerking omdat sommige patronen van hersenactiviteit die zij proberen te verklaren geen robuuste patronen (feiten) zijn. Replicatieonderzoek binnen de neurolinguïstiek is dus nodig om te achterhalen welke resultaten robuust zijn.
Een gezaghebbende studie van Hagoort en collega’s vond in 2004 dat een gebiedje voorin de hersenen (de frontaalschors) actief is als mensen zinnen lezen als “De val van de muur herenigde België”. Op grond van dit resultaat ontwikkelde Hagoort een model van taalverwerking waarbij verondersteld wordt dat dit gebiedje zinsbetekenissen construeert door betekenissen van individuele woorden met elkaar te integreren. Omdat in de bovenstaande zin op grond van de context Duitsland en niet België verwacht wordt moet de frontaalschors hard werken om België in de zin te integreren en zien we dus activiteit in de MRI scanner volgens dit model.
Deze studie is echter nog nooit gerepliceerd. Met een NWO Open Science NL subsidie (https://www.openscience.nl/nwo) zullen we deze studie voor het eerst precies herhalen met een veel grotere steekproef. Mocht de frontaalschors inderdaad robuust actief zijn dan suggereert dit dat de frontaalschors inderdaad mogelijk zinsbetekenis integreert. Mocht het resultaat niet repliceerbaar zijn dan zou meer onderzoek nodig zijn om te onderzoeken of dit gebied wel echt een integratiegebied is voor zinsbetekenis. In beide gevallen zullen de resultaten bijdragen aan de ontwikkeling van een robuuster neuraal model van hoe de hersenen zinsbetekenis verwerken.