Data-opslag in synthetisch DNA biedt voordelen ten opzichte van opslag in de cloud. Onderzoekers van onder meer de TU Eindhoven ontwikkelden microbolletjes met geïsoleerde DNA-strengen, zodat deze databestanden los van elkaar kunnen worden uitgelezen.

DNA bestaat uit strengen van nucleotiden. Hierin bevat de volgorde van de stikstofbaseparen adenine-guanine en thymine-cytosine (AG en TC) de instructies voor de ontwikkeling van levende organismen en virussen. Door zelf synthetisch DNA te maken, kunnen we ook onze eigen informatie als AG/TC-codering opslaan, is de gedachte. In plaats van energieslurpende opslagcentra zijn dan veel kleinere, energiezuinigere en dus goedkopere laboratoria nodig.

Een van de uitdagingen die deze vorm van dataopslag met zich meebrengt, is hoe de gewenste informatie op een bepaald moment weer kan worden uitgelezen. De onderzoekers ontwikkelden een microbolletje waaraan zich strengen van basenparen kunnen hechten die samen één bestand vormen. Hiermee kan het uitlezen efficiënter gebeuren, en met minder achteruitgang in de datakwaliteit. Op 4 mei publiceerden ze hun resultaten in het vakblad Nature Nanotechnology.

Eén van de onderzoekers verwacht dat het eerste DNA-datacenter over vijf à tien jaar werkelijkheid is geworden. Het idee is overigens niet dat dit de gebruikelijke manier van dataopslag volledig zal vervangen. Er zal straks dus niet voor elke Google-zoekterm die je intikt een PCR-test worden opgestart. ‘Het is bedoeld voor archiefopslag, dus voor data die hooguit een paar keer per jaar worden uitgelezen’, zegt De Greef. ‘Maar veel van de gegevens die we bewaren vallen daaronder.’

Uitgebreid stuk op de site van De Ingenieur.