Wat kunnen we van andere levende wezens leren over lentekriebels en aantrekkingskracht? Broerstraat 5 van de RUG vroeg het RUG-hoogleraar neurogenetica Jean-Christophe Billeter, die onderzoek doet naar de genetica en het sociaal en seksueel gedrag van fruitvliegjes. ‘Heeft een fruitvliegjesvrouw eenmaal gepaard, dan kiest ze daarna alleen nog voor een hogere kwaliteit-man.’

Voor veel dieren en planten geldt: met de lente groeit ook de seksuele aantrekkingskracht. ‘Wat ik interessant vind,’ zegt Jean-Christophe Billeter, ‘is niet dát dit zo is, maar de vraag waaróm dit zo is.’ Als hoogleraar neurogenetica aan de RUG onderzoekt hij op welke manier genen de hersenen, en dus gedrag, beïnvloeden. Aldus vlogen de fruitvliegjes zijn carrière in. ‘Dat zijn echt modelorganismen. Ze zijn goedkoop, er kleven weinig ethische problemen aan. We kennen hun hele genoom, dat sterk overeenkomt met dat van mensen. Ze hebben zintuigen, organen en een dag- en nachtritme. We weten van al hun 120.000 zenuwcellen precies hoe deze met elkaar verbinden en welke informatie ze doorgeven aan de hersenen.’

Fruitvliegjes planten zich het actiefst voort in de zomermaanden; het is dan warmer en er is meer voedsel beschikbaar dan eerder in het jaar, wat de overlevingskansen voor hun nakomelingen vergroot. Door zowel hun genen als hun paringsgewoonten te bestuderen, leerde Billeter dat alleen mannen baltsgedrag vertonen. ‘Het gen dat verantwoordelijk is voor dit baltsgedrag is in mannelijke hersenen geactiveerd en bij vrouwen niet,’ legt hij uit. Ditzelfde gen controleert ook agressief gedrag. ‘Staat het gen uit, dan ben je dus een niet-baltsende, niet-agressieve vlieg. Oftewel: een vrouw.’

Lees het hele stuk op de site van Broerstraat 5 van de RUG.

 

Parende fruitvliegjes
Deel via: