“Dat technologie maatschappelijke gevolgen heeft en ons handelen beïnvloedt is genoegzaam bekend. Vaak denken we over die invloed in termen van gevolgen en risico’s. We stellen ons dan vragen als: wat is de kans dat deze brug instort? Levert deze chemische stof een risico voor de volksgezondheid op? Tasten sociale media onze democratie aan? Hoe groot is de kans dat een AI systeem om fraude op te sporen de mensenrechten aantast?

Sommige technologie is ook conceptueel disruptief. Dat is het geval als een technologie, of het gebruik ervan, bestaande denkkaders, onze concepten en waarden ter discussie stelt. Een voorbeeld is de invoering van mechanische beademing in ziekenhuizen vanaf de jaren 1950.Hierdoor waren er ineens patiënten van wie het hart nog klopte en het bloed door de bloedvaten stroomde, maar van wie de hersenfuncties, soms onherstelbaar, beschadigd waren. Doktoren waren destijds onzeker of deze mensen ‘dood’ of ‘levend’ waren en hoe ze moesten behandelen. Moesten ze in ‘leven’ gehouden worden ondanks dat ze misschien nooit meer uit een coma zouden ontwaken? Gedurende een aantal jaren was er geen algemeen geaccepteerd antwoord op dergelijke vragen. Sommige artsen richtten zich in 1957 zelfs tot de toenmalige paus, maar die verwees de vraag hoe ‘dood’ precies te definiëren terug naar de medische beroepsgroep. Uiteindelijk stelde in 1968 een interdisciplinaire commissie van de Harvard Medical School voor om het concept hersendood (‘brain death’) te introduceren.”

Lees de hele beschouwing over conceptuele disruptie door filosoof Ibo van de Poel (TU Delft) in de Salon.

Logo ESDit
Deel via: