Antwoord van een franciscaan
“Volgens een deel van de wetenschappers is ‘degrowth’ de benodigde uitweg. In het Nederlands: consuminderen – economische krimp, in het Westen tenminste. Een nieuwe vrijwillige armoedebeweging zou dienen te ontstaan. Maar er is al een armoedebeweging: jullie hebben die gesticht. Hoe zien jullie klimaatverandering? En klimaat in relatie tot jullie orde? Hoe zien jullie klimaatverandering in relatie tot de natuur, waar Franciscus dichtbij stond? Ik ben heel benieuwd.”
Dank voor de vraag. Het is onmogelijk te zeggen wat ‘dé franciscanen’ van klimaatverandering’ vinden, want ‘dé franciscanen’ vinden niks. Wij zijn net zo divers als menig andere groep of organisatie. Dat gezegd hebbende, kan ik wel iets zeggen hoe ik naar klimaatverandering kijk en dat is ontegenzeggelijk gekleurd door mijn minderbroeder franciscaan zijn.
Dat het klimaat verandert is een gegeven dat gedurende de eeuwen altijd heeft plaatsgevonden. Dat de mens door zijn bezigheden dit proces versnelt of verandert is echter een slechte zaak. De mens – of in ieder geval een deel van de mensheid – eigent zich daarmee een plaats in de wereldorde toe, die hij niet hoort in te nemen. Een fundamentele andere kijk naar de wereld is nodig om dit op te lossen.
Er lijkt een soort onwil in de wereld te zijn het daadwerkelijk aan te pakken. Zo blijft het een vreemde constructie dat er subsidie zit op vliegtuigkerosine en dat er belasting wordt geheven op treinkaartjes. Iedereen weet dat treinen beter zijn voor het milieu dan vliegtuigen. Mijns inziens zou dit dus precies andersom moeten zijn. Een treinkaartje naar Berlijn, Wenen of Parijs zou goedkoper moeten zijn dan een vlucht met dezelfde bestemming. En dan niet als prikkel om mensen een andere keuze te laten maken. We mogen niet vergeten dat heel veel mensen geen keuze hebben, omdat de duurste keuze buiten hun budget ligt en ze dus gedwongen zijn de goedkope optie te nemen. En dan heb je nog altijd degenen die beide niet kunnen betalen; daar moeten we ook oog voor houden. Maar toch, buiten dit soort praktische zaken moeten er nog fundamenteler veranderingen komen. Eigenlijk moeten we wat dit betreft terug naar de Middeleeuwen.
Middeleeuwen versus de 21e eeuw
Het is ruim 800 jaar geleden dat er rond Francesco di Pietro di Bernadone en zijn soulmate Chiara di Offreduccio degli Scifi – beter bekend als Franciscus en Clara van Assisi – een armoedebeweging ontstond. Weliswaar is Franciscus vooral – sinds de negentiende eeuw – bekend als dierenliefhebber en is hij sinds de jaren tachtig van de vorige eeuw de beschermheilige voor de ecologen, maar zijn keuze voor armoede moet niet opgevat worden als middel tegen klimaatverandering. In 800 jaar verandert veel. Toch is het ook niet zo dat een armoedebeweging omwille van het klimaat in de 21e eeuw niet zou kunnen leren van Franciscus en Clara.
Er zijn twee zaken waarmee we rekening moeten houden die fundamenteel gewijzigd zijn sinds de Middeleeuwen omtrent deze thematiek. Allereerst moest de Verlichting zich nog voltrekken. Tijdens de Verlichting maakt de mens zich in zekere zin los van de schepping (de idee van verscheidene godsdiensten dat alles door een hogere macht gemaakt is). Niet dat de mens zich niet meer als maaksel van God ziet, maar er ontstaat een tweedeling: de mens ziet zich sindsdien los van de natuur, zelfs er tegenover: cultuur versus natuur. Voor de Verlichting was dat onderscheid er niet; de mens zag zich als onlosmakelijk onderdeel van de schepping. Er was een eenheid.
Met die ‘bril’ keek ook Franciscus naar de wereld. Er is bij hem en zijn tijdgenoten geen besef dat de mens met zijn handelen zo’n impact op de wereld om hem heen zou kunnen hebben dat daardoor weer, milieu of klimaat fundamenteel verandert. Integendeel: alleen God kan zoiets bewerkstelligen.
De tweede zaak die we voor ogen moeten houden, is dat het begrip ‘armoede’ behoorlijk van betekenis is veranderd. Als we het nu over armoede hebben, dan doelen we op tekorten, op een leven onder het bestaansminimum. Dat leven zullen Franciscus en Clara of hun navolgers nooit ‘verheerlijken’. Sterker nog: ze zullen er zich sterk voor proberen te maken dat deze vorm van armoede niet meer voorkomt. De armoede waar Franciscus, Clara en hun eerste broeders en zusters op doelen, kan in onze tijd beter omschreven worden met het woord ‘eenvoud’. Dat wil zeggen: genoegen nemen met genoeg. Dat soort ‘armoede’ bedoelt Clara als ze schrijft aan haar medezuster en penvriendin Agnes van Praag: ‘O zalige armoede, wie haar liefhebben en omhelzen verschaft ze eeuwige rijkdom! O heilige armoede wie haar bezitten en naar haar verlangen belooft God het koninkrijk der hemelen en biedt Hij zonder twijfel de eeuwige glorie en het zalige leven aan! (1 BrAgn 15-16)
Aan het einde van de twaalfde en het begin van de dertiende eeuw, de tijd waarin Franciscus leefde, komen de steden op. In de steden worden enkele mensen – waaronder de vader van Franciscus – puissant rijk van de handel. En de gewone burgers willen de macht grijpen, die tot dan toe enkel bij de adel lag. Zo waren vele mensen – in ieder geval zij die de kans kregen – bezig met zich omhoog te werken, richting rijkdom en macht. Jouw woontoren moest groter zijn dan die van de buurman, jouw paard en koets mooier dan die van je broer. Dan pas had je het gemaakt. De woonvormen en vervoersmiddelen zijn veranderd, maar de drang naar hoger, beter, mooier, meer is nu nog net zo sterk aanwezig. Die drang is eigenlijk maar oppervlakkig en zorgt voor een soort lauwheid in het leven. Het legt de focus namelijk daar waar zij niet hoort. De Bijbel zegt “Gij kunt niet God dienen en de mammon.” (Mt. 6:24b) Hoe of wat je je ook voorstelt bij God… de oproep is in feite je te richten op de goede dingen die je krijgt in en van het leven. Daarover zo meer.
Je kunt jezelf alleen naar boven werken door anderen naar beneden te duwen en te trappen. Immers als ik het grootste huis wil hebben, dan is er minder of geen ruimte voor alle anderen. Dit ellenbogen- en voetenwerk leiden dus tot de armoede zoals we die niet bedoelen.
Franciscus en Clara probeerden aan die lauwheid van het leven te ontsnappen. Hun inspiratie haalden zij daarvoor uit het Evangelie, de verhalen over Jezus. Denk daar bijvoorbeeld aan het verhaal waarin Jezus zijn leerlingen uitzendt. “’Neemt niets mee voor onderweg: geen stok, geen reiszak, geen voedsel en geen geld; niemand van u mag dubbele kleding hebben.” (Lc 9:3b), zegt Jezus. Ook om praktische redenen is daar wat voor te zeggen: Franciscus en zijn broeders waren steevast onderweg. Maar Jezus zegt ook, tegen de rijke jongeling die hem wil volgen: “Wilt ge volmaakt zijn, ga dan naar huis, verkoop wat ge bezit en geef het aan de armen; daarmee zult ge een schat in de hemel bezitten. En kom dan terug om Mij te volgen.” (Mt 19:21)
Een eenvoudsbeweging anno 2025: universele zuster- en broederschap
Nu kunnen we proberen het ene met het andere te verenigen. Iemand die dat goed gelukt is en erover geschreven heeft, is wijlen paus Franciscus, onder meer in zijn encycliek (pauselijke brief) Laudato Si’ van 2015. De wijze waarop wij met de schepping, de natuur omgaan – en dan vooral wij in het Westen, natuurlijk – is fundamenteel fout. We zien de natuur als een voorraadkast. Wij plukken er naar believen uit. In een gezin zou dat ook niet werken. Als daar de eerste de voorraadkast plundert, heeft de tweede misschien nog de restjes, maar de derde, vierde en verder vissen achter het net en hebben niks. Dat brengt spanningen met zich mee, in dit denkbeeldige gezin, maar ook in het groot, in de echte wereld.
Wil een armoedebeweging – of eigenlijk is het dus beter te spreken van een ‘eenvoudsbeweging’ – anno 2025 slagen, dan moeten we weer terug naar die mindset van Franciscus, Clara en hun tijdgenoten. Dus allereerst naar het gevoel van eenheid tussen mens en natuur. Franciscus noemt in zijn – dit jaar precies 800 jaar oude – Zonnelied de zon zijn broeder en de maan zijn zuster. Álles is immers geschapen door God en dus is ook álles een kind van God en daarmee is alles met elkaar verbonden als zussen en broers. Het is een universele zuster- en broederschap.
Wie zo naar de natuur kijkt, gaat er automatisch anders, respectvoller, mee om. Je broer of je zus gun je immers wel wat. Dan ben je ook eerder geneigd om zelf een stapje terug te doen. Een familie dassen in een spoordijk kun je afschieten, dat is immers goedkoop, maar je kunt hen ook verplaatsen naar een plek waar ze geen kwaad kunnen en waar ze ongestoord kunnen leven, om maar een voorbeeld te noemen. Waarom zou een dier altijd moeten wijken voor een mens?
Het doet me denken aan een verhaaltje waarin een hongerige Franciscus langs een appelboomgaard loopt. Hij ziet een appel op de grond liggen en denkt: “Ach, die mist ‘broeder boer’ niet…” Hij raapt de appel op, maar net als hij een hapje ervan wil eten ziet hij een klein gaatje in de appel, waarop hij zegt: “Deze appel dient al een ander schepsel tot voedsel. Die kan ik toch zijn eten niet ontnemen.” Daarop legt hij voorzichtig de appel terug in het gras en loopt weer verder.
Bezitloos
Het is dus ook een kwestie van goed kijken naar de kleine én grote wonderen van de natuur. Als haar medezusters op pad moesten, drukte Clara hen op het hart om bij elke mooie boom, bloem, plant, dier of mens die ze tegenkwam, God te loven. Dat zijn namelijk de kleine geluksmomentjes die God ons geeft. Die krijgen we gratis. We hoeven er niks voor te doen. Zie het als een teken van God om te tonen dat Hij van ons houdt. Wie probeert met zo’n open houding door de wereld te gaan, verwondert zich vanzelf. En krijgt ook meer oog voor het kwetsbare. Die kwetsbare natuur, die ene zuster moeder aarde van ons, die moeten we beschermen. Een andere is er niet. We zullen dat samen, met alle leven op aarde, moeten doen. De knop moet om, we moeten weer terug naar het besef dat die moeder aarde het grootste cadeau is dat we van God hebben gekregen. Dan hebben we nu wel een heel rare manier van ermee omgaan. Alsof je je verjaardagscadeau voor de ogen van de gever kapot gooit…
Die eenvoudsbeweging moet als tweede ook weer terug naar de oude betekenis van het woord ‘armoede’. Vrijwillig gebrek gaan zitten lijden heeft geen zin. Je moet genoegen nemen met genoeg. En bewuste keuzes maken. Dat doe je door te beseffen dat niets ter wereld daadwerkelijk jouw eigendom is. Eigendom is een gecreëerd begrip. Niemand kan zeggen dat iets – een voorwerp, een dier, medemens of zelfs een (stuk) land – zijn exclusieve eigendom is. Het idee is dat alles van God is, niet van jou of mij. Wij zijn bezitloos. Wij mogen alles ‘zomaar’ gebruiken van de echte Eigenaar, maar we kunnen het niet claimen. Daar mogen we wel dankbaar voor zijn. Dus niemand kan zeggen dat hij of zij recht heeft op tien truien of broeken of een voorraadkast vol eten. Wél heeft ieder mens recht op warme kleding aan zijn lijf en een goed gevulde maag. We zijn immers allemaal gelijk.
Een wereld van vrede en alle goeds
Wie probeert met die blik (het is niet van mij, ik mag het enkel gebruiken) naar de wereld te kijken hecht zich niet zo snel aan spullen. Dan is het gemakkelijker om je boormachine uit te lenen aan de buurman. En je met eten te beperken tot je een verzadigd gevoel hebt, in plaats van door te eten omdat het zo lekker is. Je kunt je dan ook nog eens afvragen of het eten überhaupt nog lekker is als je je volpropt tot je niet meer kunt…
En het heeft nog een voordeel. “Wat ik niet heb, hoef ik ook niet te verdedigen”, zei Franciscus. Een middeleeuwer droeg een riem als voorloper van de broekzak. Daaraan hingen ze een geldbeurs, gereedschappen en wapens. “Geld heb ik niet,” zei Franciscus, “en werken doe ik met mijn handen” [en zijn mond; hij preekte veel, vaak en lang, maar dit terzijde], dus heb ik niks bij me. Dan heb ik niks wat ik moet verdedigen, dus wapens heb ik al helemaal niet nodig. Zelfs die riem niet… een simpel stuk touw voldoet.” Als iedereen deze levenshouding zou hebben, dan heeft dat dus meteen nog een voordeel: geen wapens betekent geen oorlog, geen doden en gewonden. Zo werken we aan een wereld van vrede en alle goeds.