Klimaat is hier en nu

Meteorologen hebben lang moeite gehad met vragen van het publiek over extreem weer. Was een specifieke storm, hittegolf, watersnood misschien te wijten aan het veranderende klimaat? Of was dit specifieke voorval een normale uitschieter, weer is immers grillig en elke statistiek kent zeldzame uitersten waar het extreem hard regent, waait of heet blijft?

Een deel van de vrees om bij extreem weer over klimaatverandering te spreken, was zonder twijfel te wijten aan de vrees om activistisch over te komen. Geen wetenschapper wil voor drammer worden uitgemaakt. De feiten, daar gaat het om. Het liefst inclusief de onvermijdelijke onzekerheden.

Gevolg is lang geweest dat de klimaatproblematiek vooral besproken werd in termen van gemiddelden, van langjarige statistieken en afwijkingen van de normalen. Van geleidelijk oplopende temperaturen. Waarmee, moeten we achteraf vaststellen, de klimatologie zichzelf een slechte dienst heeft bewezen. In plaats van een helder alarmsignaal af te geven, bood het verhaal van de opwarming van de aarde de indruk van een geleidelijk proces. Een proces van opkruipende temperatuur en zeespiegel waarbij het niet al te veel uitmaakt of we nu maatregelen treffen, of over een dag, een jaar, een decennium.

Het was ook de episode dat klimaatactivisten weggezet konden worden als alarmistisch. Misschien dat hun zorgen op termijn terecht waren, voor hun kinderen en kleinkinderen, maar de wereld verging echt niet zomaar. En vlak trouwens de menselijke vindingrijkheid niet uit; techniek had ons al zo vaak gered als de nood aan de man was.

Op de vraag hoe om te gaan met het klimaatvraagstuk, is het goed te beseffen dat de tijden van wegkijken voorbij zijn. Ten eerste omdat het weer, internationaal en in Nederland, onmiskenbaar meer extremen vertoont. Het aantal hittegolven is opgelopen, zomerse hoosbuien worden zwaarder en elders wil te zelden meer regenen. Er vallen hittedoden, huizen worden verwoest, oogsten mislukken.

Maar belangrijker nog is dat de wetenschap over zijn schroom heen is. Het blijkt wel degelijk mogelijk om extreme weersomstandigheden in verband te brengen met klimaatverandering. Klimaatattributie heet het inmiddels volwassen vak dat berekent hoe een storm, hittegolf of overstroming er zou hebben uitgezien als de aarde niet in een eeuw anderhalve graad warmer zou zijn geworden door de uitstoot van onze broeikasgassen. Doorgaans minder heftig en verwoestend dan hier en nu.

Bij die ommekeer speelde wijlen Geert Jan van Oldenborgh van het KNMI een bepalende rol. Hij richtte met collega Frederieke Otto de organisatie World Weather Attribution (WWA) op, een gezelschap van vrijwilligers die de rol van klimaat aanwijzen in extreme weersvoorvallen. Niet als alarmisten of drammers, maar als klimaatrealisten. Time noemde hem in 2021 een van de honderd belangrijkste personen in de wereld.

Hoe om te gaan met het klimaatvraagstuk? Laat zien dat het abstracte opwarmingsverhaal een concreet gevaar vormt voor ons alledaagse bestaan. Hier en nu. En doe dat zonder overdrijven. De aarde zelf waarschuwt al genoeg.

 

 

 

Deel via: