Politicoloog, sociaal wetenschapper en fiscalist Matthijs Appelman gaf in 2024 antwoord op de Jaarlijkse vraag: “Wat betekent de groeiende kracht van AI voor uw werk of onderzoek?” Twee jaar later blikt hij terug.

Twee jaar geleden sprak ik de hoop uit dat AI, mits voldoende doorontwikkeld, veel fiscaal werk overbodig zou kunnen maken. Terugkijkend zie ik dat mijn betoog zwaar leunde op dat ene voorbehoud: mits voldoende doorontwikkeld. Hoewel ik slechts hoopvol was en geen heel concrete verwachtingen had, moet ik zeggen dat ik toch best teleurgesteld ben.

In mijn werk is ‘heel vaak goed’, ‘een heel eind in de goede richting’ of ‘best knap’ domweg niet goed genoeg. In mijn onderzoek moet ik achter elke letter van mijn betoog kunnen staan. Inmiddels zijn er voorbeelden te over van prominenten die door laks gebruik van AI niet-bestaande bronnen en citaten presenteerden als feiten: een academische doodzonde. Zonder volledige zekerheid over de output kan ik mijn dagelijks werk niet uitbesteden.

Zo nu en dan zet ik AI in als sparringpartner tijdens het schrijfproces, maar daarbij loop ik wel steevast aan tegen diens hardnekkige Amerikaanse ‘vriendelijke’ inborst. Hoewel ijdelheid weinig academici vreemd is, krijg ik toch lichte braakneigingen als ik telkens opnieuw moet horen hoe ‘geniaal’ mijn inzichten wel niet zijn. Als ik prompts schrijf om de AI kritischer te laten zijn, krijg ik gezochte tegenwerpingen gebaseerd op onjuiste interpretaties van al dan niet bestaande wetgeving. Als ik daar vervolgens op wijs krijg ik na een ‘welgemeend’ excuus opnieuw te horen hoe briljant ik wel niet ben omdat ik dat had opgemerkt. Zucht.”

Lees het complete artikel van Appelman in de Salon.

Beeld: itdaily.be
Deel via: