Groene waterstof wordt vaak gezien als een sleuteltechnologie voor het decarboniseren van de zware industrie en het hervormen van de wereldeconomieën. Maar kan het de verwachtingen waarmaken? In haar promotieonderzoek aan de TU/e onderzoekt Clara Caiafa hoe internationale samenwerking, lokale voordelen en vertrouwen tussen landen kunnen bijdragen aan een eerlijker en praktischer onderdeel van de energietransitie.
“Groene waterstof werd gezien als de weg vooruit in de energietransitie en de decarbonisatie van de zware industrie”, zegt Clara Caiafa. Waterstof speelt een cruciale rol omdat het hernieuwbare energie kan opslaan en bij gebruik geen CO₂ uitstoot. (…) Als je groene waterstof zou gebruiken om de staalproductie bij Tata Steel in IJmuiden koolstofvrij te maken, zou je ongeveer 18 procent van de huidige Nederlandse elektriciteitsproductie nodig hebben – en dat is bovenop alle extra vraag die we nodig hebben voor elektrische voertuigen, warmtepompen en andere industrieën”, legt Caiafa uit. “Het zou een enorme uitdaging zijn om volledig aan deze vraag te voldoen met in Nederland geproduceerde waterstof.”
Dit is een van de redenen waarom de import van groene waterstof een belangrijke strategie is geworden. Landen met overvloedige en goedkope hernieuwbare energiebronnen – zoals veel zon, constante wind of voldoende ruimte voor infrastructuur voor hernieuwbare energie – zijn daarom bijzonder geschikt voor grootschalige productie van groene waterstof en kunnen in de toekomst potentiële exporteurs van schone energie worden.
Lees het hele bericht op de site van Cursor, het onafhankelijke blad van de TUe.