Kasper Rouschop is hoogleraar Translationele biologie van vesiculaire signalering aan de Faculty of Health, Medicine and Life Sciences van de Universiteit Maastricht. Hij en zijn team houden zich bezig met de mechanismen die tumorcellen met zuurstofgebrek gebruiken om te overleven: “Als we dit beter begrijpen kunnen we kanker beter behandelen.”
Rouschop: “De onderzoeken die we doen zijn alle gerelateerd aan cellen met hypoxie (zuurstofgebrek) iets wat kenmerkend is voor tumoren. Tumorcellen kunnen goed omgaan met zuurstofgebrek. Een groot nadeel van cellen met hypoxie is echter dat ze niet goed reageren op behandeling; dat zien we bij radiotherapie, maar ook bij chemotherapie en immunotherapie. In ons onderzoek kijken we naar wat cellen doen om dat gebrek aan zuurstof te compenseren. Als we kunnen inbreken in die mechanismen, kunnen we er mogelijk voor zorgen dat deze cellen afsterven zodat we alleen de cellen overhouden die wel gevoelig zijn voor behandeling.”
“Tumorcellen kunnen goed overleven zonder zuurstof, maar door de snelle groei van tumoren, komen cellen te ver van een bloedvat af te liggen om voldoende zuurstof en voeding te krijgen. Als mechanisme om dit op te lossen, stimuleren cellen de aanleg van nieuwe bloedvaten. Een ander mechanisme is dat cellen de structuren die ze niet nodig hebben opeten (autofagie) door deze te vangen in kleine blaasjes. Hierdoor komen nieuwe bouwstoffen vrij die omgezet kunnen worden in energie. Dit proces willen we proberen te blokkeren. Daarvoor gebruiken we het antimalariamiddel chloroquine. Dit middel maakt het onmogelijk om een bepaalde fusie – die voor autofagie noodzakelijk is – uit te voeren. Als die fusie niet kan plaatsvinden, kan de inhoud niet worden afgebroken en kunnen de bouwstoffen niet vrijkomen. Dan is ons doel bereikt. We hebben dit onderzocht in een bakje cellen, daarna in muizen en vervolgens in een succesvolle fase 1 studie in patiënten. We zijn nu klaar om dit naar fase 2 te brengen om de effectiviteit te meten. We hopen er dan achter te komen wat dit echt betekent voor patiënten. In ons onderzoek richten we ons op glioblastomen, de meest agressieve vorm van hersentumoren. Patiënten met deze tumoren hebben een slechte prognose. We hopen dat we deze mensen langer kunnen laten leven met behoud van kwaliteit”.
Rouschop: “Een ander onderzoek waar we mee bezig zijn, richt zich op de communicatie van hypoxische cellen. We zien dat in deze cellen blaasjes of vesikels worden gevormd die door de cel worden uitgescheiden. Die blaasjes gaan vervolgens tussen andere cellen door bewegen en komen in de bloedbaan terecht waardoor ze kunnen communiceren met cellen in de rest van het lichaam. Ze worden als het ware vooruitgestuurd om – voor de kanker gunstige – plekken in het lichaam voor te bereiden op de komst van kankercellen. Zo zorgen ze er voor dat tumoren kunnen overleven, groeien en dat kanker zich kan verspreiden, waardoor uitzaaiingen ontstaan. We proberen te begrijpen welke signalen er vanuit die blaasjes komen en hoe ze weten met welke cellen ze moeten communiceren.”
Lees het hele interview op de site van de Universiteit Maastricht.