Eicellen bevatten een groot aantal eiwitten om te helpen bij embryonale ontwikkeling. Ze bewaren deze voorraad in specifieke opslagcomplexen, maar hoe die er precies uitzien was onduidelijk. In Nature presenteren onderzoekers van het Hubrecht Instituut deze ‘eiwitkasten’ nu van dichtbij.
Tijdens de menstruatiecyclus rijpt een onrijpe eicel, een oöcyt, uit tot een volwaardige eicel; een van de grootste cellen in het vrouwelijk lichaam. Om deze enorme transformatie mogelijk te maken hoopt de oöcyt een groot aantal eiwitten en andere moleculen op. In de jaren zestig ontdekten wetenschappers dat oöcyten ook grote vezelachtige structuren bevatten, zogeheten cytoplasmatische roosters, maar hun functie bleef een punt van discussie. Een doorbraak volgde in 2023, toen het team van celbioloog Melina Schuh van het Max Planck Institute for Multidisciplinary Sciences liet zien dat deze roosters als opslagsysteem dienen voor veel van de eiwitten die cruciaal zijn voor embryonale ontwikkeling.
Waar de opslagcomplexen uit bestaan en hoe ze georganiseerd zijn, bleef nog onduidelijk. Nu presenteert de groep van structuurbioloog Miguel Leung van het Hubrecht Instituut in Utrecht hun structuur in muis-oöcyten met ongekend detail. Ze laten bovendien zien hoe alle eiwitten in elkaar passen tot het complex. Hun paper staat niet op zichzelf. Twee andere publicaties in Nature en drie preprints komen tot dezelfde structuur, allemaal bepaald in muis-oöcyten, -eicellen en -embryo’s uit verschillende stadia. Volgens Leung is het geen toeval dat zes onderzoeksgroepen op hetzelfde moment tot dit resultaat convergeren: ‘Dankzij de vooruitgang in de structurele biologie, zoals verbeteringen in cryo-EM en beeldverwerking, hebben we nu dit resultaat kunnen bereiken.’
Lees het hele verhaal van Ruben Boot op de pagina van Sciencelink, van de Koninklijke Nederlandse Chemische Vereniging (KNCV).