Ecoloog Justin Stewart onderzocht de wereldwijde diversiteit aan schimmels in de grond. Daaruit blijkt dat nog geen tien procent van de hotspots van schimmeldiversiteit in beschermde natuurgebieden ligt.
Mycorrhizale schimmels leven in symbiose met plantenwortels, wisselen nutriënten uit voor koolstof, ondersteunen de landbouwproductie en dragen bij aan koolstofopslag in bodems. Toch weten we nog weinig over waar deze schimmels voorkomen, hoe hun biodiversiteit is verdeeld en hoe ze reageren op landgebruik en klimaatverandering.
Stewart onderzocht waar de ondergrondse schimmeldiversiteit het hoogst is en welke factoren deze patronen bepalen. De onderzoeker gebruikte AI-modellen om bijna 3 miljard DNA-sequenties uit duizenden bodemmonsters te koppelen aan satellietgegevens. Zo kon de schimmeldiversiteit wereldwijd in kaart worden gebracht.
Uit de modellen bleek dat de meeste wereldwijde hotspots van schimmeldiversiteit slecht worden beschermd: minder dan 10 procent overlapt met beschermde natuurgebieden. Daarom ontwikkelde Stewart een wereldkaart waarin staat welke gebieden prioriteit hebben bij het bemonsteren van schimmels. Deze kaart laat zien dat meer dan 70 procent van de ecosystemen nog onvoldoende onderzocht is.
Daarnaast laat hen zien dat de belangrijkste oorzaken van verschillen in schimmeldiversiteit afhangen van de ruimtelijke schaal. Op mondiale schaal speelt klimaat de grootste rol, terwijl op kleinere schalen lokale interacties tussen klimaat en landgebruik bepalen welke schimmels rond wortels voorkomen.
Lees het hele bericht op de site van de Vrije Universiteit.