Orphée De Clercq is professor Taaltechnologie voor educatieve toepassingen aan de faculteit Letteren en Wijsbegeerte (vakgroep Vertalen, Tolken en Communicatie) van de Universiteit Gent. In het kader van het evenement ARTIFICIËLE INTELLUGENTIE, op 4 maart 2026, schreef ze een beschouwing. 

“De drijvende kracht achter de huidige generatieve chatbots is taal, meer bepaald grote taalmodellen. Computersystemen die werden getraind op gigantisch veel data, op gigantisch veel taal. Taal werd zo een technologisch product, een product dat momenteel een erg prominente plek inneemt in het AI-veld. Paradoxaal genoeg brokkelt tegelijkertijd de maatschappelijke aandacht en waardering voor taal af: studierichtingen met taal worden in vraag gesteld en ook de basisvaardigheden staan onder druk. Want waarom zou je nog zelf een (vreemde) taal leren, iets grondig lezen of al worstelend tot een tekst komen als je deze taken ook perfect kan uitbesteden aan een chatbot die altijd beschikbaar is? Het resultaat is toch “goed genoeg”. 

Maar taal is niet louter een taak, het is geen probleem dat moet worden opgelost of uitbesteed. Taal is een middel, hét middel dat wij mensen hebben gekozen om onze verhalen te vertellen, met elkaar te verbinden en om, onder andere via het schrift, kennis proberen vast te pakken en met elkaar te delen. Dat talige data zorgden voor de doorbraak binnen AI toont aan dat we in dat laatste tot op zekere hoogte zijn geslaagd. Taal lijkt de sleutel tot echte artificiële intelligentie en als we het narratief van de big tech mogen geloven is dat soort intelligentie en zelfs superintelligentie nabij.  

Vandaag wil ik ingaan op twee aspecten die aantonen dat een oplossingsgerichte focus op taal misschien niet datgene is waarnaar we moeten streven, want (1) taalmodellen zijn maar zo goed als de data waarop ze werden getraind en (2) taal gaat over veel meer dan woorden.

Lees de hele tekst op de durfdenken van de UGent.

Orphée De Clercq
Beeld: UGent
Deel via: