Vertrouwen is één van de belangrijkste pijlers van onze samenleving. Dankzij vertrouwen hebben we vriendschap, handel, financiële transacties en effectief bestuur. Het berust op de overtuiging dat een initiële investering zich zal terugbetalen, maar blijft precair: wanneer vertrouwen wordt geschonden, kan men slechter af zijn dan wanneer men niet had vertrouwd. Daarom vereist vertrouwen ook een zekere mate van wantrouwen.
Hoe komt het dat onze soort voldoende vertrouwen ontwikkelt om grootschalige samenwerking mogelijk te maken, zelfs tussen vreemden? Hoe herkennen we wanneer vertrouwen loont? In ons onderzoek (een internationale samenwerking met C. Boone aan de Universiteit Antwerpen, B. Vogt & P. Bengart aan de Otto-Guernicke-Universiteit Magdeburg en E. Fehr aan de Universiteit Zürich) richten we ons op de rol van oxytocine, een hormoon dat vooral bekend is van bevalling en borstvoeding, maar dat ook het affiliatiegedrag versterkt door sociale stress te verminderen en positieve sociale verwachtingen te bevorderen. De vraag is: kan oxytocine vertrouwen stimuleren?
Eerder onderzoek toonde aan dat intranasale toediening van 24 IU oxytocine het vertrouwen verhoogt in een economisch spel. Ondanks de vele citaties van deze studie leverden vervolgstudies gemengde resultaten als gevolg van kleine steekproeven met weinig statistische power en beperkte reproduceerbaarheid.
Tegen deze achtergrond voerden wij grootschalige gedragsexperimenten uit in verschillende condities. Deelnemers (totaal N ≈ 1000 mannen) speelden een investeringsspel met een anonieme partner na toediening van oxytocine of placebo. Bij de analyses hielden we rekening met de individuele (aangeboren) neiging om te vertrouwen, wat we vóór de aanvang van het experiment met een vragenlijst hadden gemeten. De resultaten tonen met een hoog significantieniveau dat, in een geïsoleerde omgeving, de investeringen met ongeveer 17-19% stijgen na toediening oxytocine, maar enkel bij mannen die laag scoorden op dispositioneel vertrouwen. Dit suggereert mogelijk een drempelwaarde: wie al voldoende vertrouwen heeft, ondervindt geen bijkomend effect van extra oxytocine.
Een vervolgvraag is hoe oxytocine precies werkt. Vertrouwen omvat zowel de verwachting van wederkerigheid als het overwinnen van angst om bedrogen te worden, terwijl men tegelijk aandacht moet hebben voor relevante sociale signalen. We veronderstellen dat oxytocine deze beslissingen heuristisch ondersteunt door stress te onderdrukken en motivatie- en beloningsprocessen te versterken, waardoor gedrag quasi automatisch (zonder al te veel na te denken) beter wordt afgestemd op de context.
Een fMRI-studie ondersteunt deze hypothese. Deelnemers speelden coöperatieve en competitieve spellen na toediening van oxytocine of een placebo, waarbij hun spelpartners werden weergegeven met afbeeldingen van neutrale of boze gezichten. Oxytocine stemde de hersenconnectiviteit af op de beslissingsomgeving: in een coöperatieve beslissingsomgeving werden netwerken die empathie en motivatie ondersteunen versterkt en stresssignalen onderdrukt, wat leidde tot meer coöperatief gedrag bij deelnemers die van nature eerder risico-avers zijn. In competitieve situaties verschoof dit patroon en werd de hersenconnectiviteit afgestemd op de bijbehorende gelaatsuitdrukkingen: neutrale gezichten gingen gepaard met een door oxytocine gedempte stressrespons en leidden tot een toename in competitieve beslissingen; boze gezichtsuitdrukkingen daarentegen behielden een remmende invloed en leidden tot meer terughoudend gedrag.
Samen genomen ondersteunen deze resultaten dat oxytocine geen universeel ‘pro-sociaal’ of ‘knuffelhormoon’ is, maar eerder gedragsflexibiliteit faciliteert door de verwerking van sociale informatie contextafhankelijk te sturen. In coöperatieve settings bevordert dit automatisch het vertrouwen en de samenwerking, terwijl het in competitieve contexten meer ruimte laat voor de interpretatie van sociale signalen.
Oxytocine wordt tegenwoordig beschouwd als een ‘molecule of connection’, niet omdat het vertrouwen creëert, maar omdat het de capaciteit ondersteunt om intuïtief te vertrouwen wanneer omstandigheden daarvoor geschikt zijn.