Bouwen op water heeft de toekomst. Daarvan is Pernille van der Plank, hoogleraar Goederenrecht, overtuigd. Juridisch is dit echter veelal nog onontgonnen gebied. Van der Plank onderzoekt op welke manier iemand gerechtigd kan zijn tot een waterperceel.

Wanneer iemand eigenaar is van een drijvend voorwerp, bijvoorbeeld een woonark, betekent dit niet dat dit object ook zomaar in ieder water mag liggen. Om ergens duurzaam ter plaatse te mogen blijven, bijvoorbeeld in openbaar vaarwater, moet men immers wel een recht hebben op dat waterperceel. Hoe geef je die gerechtigdheid vorm? Naar huidig recht worden hiertoe verschillende ‘klassieke’ rechtsfiguren gebruikt: een publiekrechtelijke vergunning, een huurovereenkomst, een erfpachtrecht of eigendom van het waterperceel. Met wisselend succes.

Wanneer men echter op grote(re) schaal op het water gaat bouwen is een eensluidende en transparante rechtsvorm noodzakelijk, waarbij zowel de belangen van de gebruiker als het openbaar belang gewaarborgd wordt. Van der Plank pleit voor het gebruik van een privaatrechtelijk recht, ‘waterpacht’, om de gerechtigdheid tot waterpercelen vorm te geven.

Lees het hele stuk op de site van de Open Universiteit.

 

Beeld: Bernard Spragg. NZ
Deel via: